KC16/24-0072
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
SCHADE - CELCONTROLE
De klacht gaat over de weigering van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal om de kapotte tondeuse van klager te vervangen of te vergoeden.
Op 23.02.2024 maakte een kwartierchef een observatienota op omdat klager bij haar was komen melden dat zijn tondeuse kapot was nadat hij terug op cel kwam na de celcontrole van 21.02.2024, uitgevoerd door één beambte. De beambte in kwestie maakte vervolgens op 26.02.2024 een observatienota op. Zij had op 21.02.2024 een celcontrole bij klager uitgevoerd, zonder zijn aanwezigheid. Na de sluitingsronde is de beambte bij klager op cel geweest om de inventaris van elektrische apparaten op te maken. Hierbij zou klager de tondeuse uit de kast hebben genomen waardoor een element (scheerkop) op de grond is gevallen. Vermoedelijk is deze hierdoor beschadigd geraakt. Vervolgens deelde de directie tijdens een gesprek met klager op 16.03.2024 mee dat zij de tondeuse niet zou vervangen of vergoeden.
De directie mocht niet beslissen om klager niet te vergoeden. De directie moest enkel een schadedossier opmaken. Zelfs indien de directie meende dat zij of DG EPI niet verantwoordelijk kon gehouden worden voor deze schade, wijst de klachtencommissie erop dat deze beoordeling toekomt aan de Dienst Juridische Ondersteuning.
Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.
De klacht gaat over de weigering van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal om de kapotte tondeuse van klager te vervangen of te vergoeden.
Op 23.02.2024 maakte een kwartierchef een observatienota op omdat klager bij haar was komen melden dat zijn tondeuse kapot was nadat hij terug op cel kwam na de celcontrole van 21.02.2024, uitgevoerd door één beambte. De beambte in kwestie maakte vervolgens op 26.02.2024 een observatienota op. Zij had op 21.02.2024 een celcontrole bij klager uitgevoerd, zonder zijn aanwezigheid. Na de sluitingsronde is de beambte bij klager op cel geweest om de inventaris van elektrische apparaten op te maken. Hierbij zou klager de tondeuse uit de kast hebben genomen waardoor een element (scheerkop) op de grond is gevallen. Vermoedelijk is deze hierdoor beschadigd geraakt. Vervolgens deelde de directie tijdens een gesprek met klager op 16.03.2024 mee dat zij de tondeuse niet zou vervangen of vergoeden.
De directie mocht niet beslissen om klager niet te vergoeden. De directie moest enkel een schadedossier opmaken. Zelfs indien de directie meende dat zij of DG EPI niet verantwoordelijk kon gehouden worden voor deze schade, wijst de klachtencommissie erop dat deze beoordeling toekomt aan de Dienst Juridische Ondersteuning.
Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.