Ga verder naar de inhoud

KC16/24-0085

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - BEVEILIGDE CEL - TUCHT - PERSONEEL

De klacht is gericht tegen de voorlopige maatregel van 18.03.2024 en tegen de tuchtbeslissing van 20.03.2024, opgelegd door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal.

Wat betreft de voorlopige maatregel van 18.03.2024:
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier van klager. Het tuchtdossier bevat vier rapporten aan de directeur (RAD) en één observatienota.
Na de sluiting van de deuren op 17.03.2024 werd een eerste RAD opgemaakt omdat klager voor kabaal zorgde op de vleugel. Hij riep vanuit zijn cel en toen het personeel aan zijn winket ging kijken, heeft hij het personeel uitgescholden en bedreigd. De ochtend nadien werd een tweede RAD opgemaakt omdat de opsteller tijdens de appelronde om 5u had vastgesteld dat klager zijn winket had afgeplakt met een briefje met daarop een vreemde boodschap. Klager wou dit briefje niet van zijn winket afhalen. Toen klager wat later die ochtend koffie mocht halen, werd een derde RAD en een observatienota opgemaakt omdat klager het personeel begon te verwijten. Toen hij met zijn koffie terug naar cel ging, liet hij doorheen zijn trui een mes zien aan de beambten. Hij zou zich moeten bewapenen tegen de zotten die werken in de gevangenis. Ingevolge deze vaststellingen, werd de kwartierchef op de hoogte gebracht die op zijn beurt de adjudant had geïnformeerd waarna klager op voorlopige maatregel werd geplaatst. Uit de schriftelijke beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel blijkt dat de directeur de beslissing heeft genomen.

Klager werd vanaf 06u40 toegewezen aan zijn cel en uitgesloten van deelname aan alle activiteiten. Rond 13u werd klager gezien door de psychiater. Op aanbeveling van de psychiater, besloot de directeur om klager te laten overbrengen naar de beveiligde cel. Klager weigerde deze overplaatsing echter en uitte bedreigingen met een mes en had zijn celdeur gebarricadeerd. Bijgevolg diende men de brandweer in te schakelen om de deur te openen en werd beroep gedaan op het interventieteam en maatregelen van rechtstreekse dwang om klager van zijn cel naar de beveiligde cel te brengen. Deze vaststellingen werden genoteerd in het laatste RAD. Om 13u20 werd de voorlopige maatregel omgezet naar het verblijf in de beveiligde cel.

De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Gelet op de motivering van de voorlopige maatregel die verwijst naar de verschillende meldingen gedaan door de verschillende ploegen over het verontrustende gedrag van klager, is de klachtencommissie van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was en bovendien noodzakelijk gelet op de aanwezigheid van een steekwapen en het risico op escalatie doordat klager in het opendeurregime verbleef. Deze klacht is kennelijk ongegrond.


Wat betreft de tuchtbeslissing van 20.03.2024:
De directeur nam kennis van alle vaststellingen van haar personeel en besloot om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 20.03.2024 met bijstand van een advocaat gehoord door de directie. De directie heeft klager op 20.03.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
- De opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee
- De opzettelijke aantasting van de orde
- Het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat alle rapporten helder en nauwkeurig werden opgesteld. Bovendien werden de rapporten opgesteld op verschillende tijdstippen door verschillende personeelsleden die deel uitmaakten van afzonderlijke ploegen. Voor de klachtencommissie toont dit aan dat het gedrag van klager bij iedereen overkwam als opvallend verontrustend. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat de rapporten geen correcte weergave zouden zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkende klager dat hij de avond voordien kabaal had gemaakt en het personeel had bedreigd. Volgens klager vertelt het personeel leugens omdat hij werd veroordeeld voor moord.
De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager de beambten heeft uitgescholden in het bijzin van
de directie. Klager herhaalde meermaals dat hij schrik had van het personeel maar op de vraag van de directie waarom, kon hij geen antwoord geven.
De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de feiten kon bewezen verklaren in hoofde van klager en kon vertalen naar de weerhouden tuchtinbreuken.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten. Om deze redenen is deze klacht ook kennelijk ongegrond.