KC16/24-0189
Onontvankelijk
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - KANTINE - REKENINGEN
De klacht gaat over kantine en de nazending van zijn goederen uit de gevangenis van Leuven-Centraal.
Wat betreft de kantine:
Klager klaagt aan dat hij zijn laatste kantine in de gevangenis van Leuven Centraal, die hij besteld en betaald heeft, niet heeft ontvangen en dat zijn geld niet werd teruggestort.
De kantinedienst en de rekendienst maken deel uit van de penitentiaire inrichting en functioneren onder de verantwoordelijkheid van de directie. De correcte levering van bestelde gebruiks- en verbruiksgoederen en de correcte afrekening van deze goederen maken inherent deel uit van de
opdracht en de werking van de kantinedienst en de rekendienst waarvoor de directie de verantwoordelijkheid draagt.
Een klacht is niet alleen ontvankelijk wanneer zij gericht is tegen een beslissing/verzuim van de directie zelf, maar ook wanneer zij gericht is tegen een beslissing/verzuim van een dienst die deel uitmaakt van de penitentiaire inrichting en waarvoor de directie de verantwoordelijkheid draagt.
Uit de dossierstukken blijkt dat de boekhouding van de gevangenis van Leuven Centraal op 29.07.2024 per e-mail in kennis werd gesteld door de collega’s van de boekhouding van de gevangenis van Dendermonde dat klager zijn kantine niet had gekregen en ook zijn geld niet had
teruggekregen. Op 14.08.2024 antwoordde de boekhouding van de gevangenis van Leuven-Centraal dat zij diezelfde dag het volledige bedrag van de niet-geleverde kantine, had gestort op de individuele rekening van klager bij de gevangenis van Dendermonde. Op het moment dat klager zijn klacht indiende (27.07.2024), was de bestelling nog niet teruggestort op de rekening van klager. De klachtencommissie meent echter dat een redelijke termijn moet worden gelaten voor de terugbetaling.
De klachtencommissie is daarom van oordeel dat de klacht geen verzuim of een weigering namens de directie om een beslissing te nemen binnen een redelijke termijn, uitmaakt. Bijgevolg is de klacht niet-ontvankelijk.
Wat betreft de blender en waterkoker:
Klager stelt dat zijn blender en waterkoker niet overgekomen zijn met zijn nazending uit de gevangenis van Leuven-Centraal.
De directie stelt dat er nergens op zijn naam een blender of waterkoker ingeschreven werden. Deze voorwerpen zijn dus ook nooit kunnen opgestuurd worden. Een waterkoker en een blender worden niet opgesomd in de categorie van toegelaten voorwerpen op de cel van een gedetineerde. Indien klager dus de eigenaar was van een waterkoker en een blender, zouden deze voorwerpen conform Collectieve Brief nr. 113 in bewaring zijn genomen, zouden deze voorwerpen beschreven staan in de inventaris van bewaargeving en zou klager een ontvangstbewijs hebben gekregen. De klachtencommissie heeft een kopie ontvangen van de lijst van gedeponeerde voorwerpen van klager. Hierin staat geen blender of waterkoker opgenomen. De klachtencommissie stelt overigens vast dat klager ook geen ontvangstbewijs van in bewaarneming kan voorleggen, noch een aankoopbewijs. Klager verduidelijkt ook niet of hij deze goederen al had voor zijn detentie, of hij deze goederen heeft aangekocht via de kantine of hij deze heeft gekregen van een medegedetineerde.
De klachtencommissie besluit dat het bezit van klager van een blender en een waterkoker niet is bewezen. Bijgevolg meent de klachtencommissie dat er geen sprake is van een verzuim of een weigering van de directie om deze goederen na te zenden. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.
De klacht gaat over kantine en de nazending van zijn goederen uit de gevangenis van Leuven-Centraal.
Wat betreft de kantine:
Klager klaagt aan dat hij zijn laatste kantine in de gevangenis van Leuven Centraal, die hij besteld en betaald heeft, niet heeft ontvangen en dat zijn geld niet werd teruggestort.
De kantinedienst en de rekendienst maken deel uit van de penitentiaire inrichting en functioneren onder de verantwoordelijkheid van de directie. De correcte levering van bestelde gebruiks- en verbruiksgoederen en de correcte afrekening van deze goederen maken inherent deel uit van de
opdracht en de werking van de kantinedienst en de rekendienst waarvoor de directie de verantwoordelijkheid draagt.
Een klacht is niet alleen ontvankelijk wanneer zij gericht is tegen een beslissing/verzuim van de directie zelf, maar ook wanneer zij gericht is tegen een beslissing/verzuim van een dienst die deel uitmaakt van de penitentiaire inrichting en waarvoor de directie de verantwoordelijkheid draagt.
Uit de dossierstukken blijkt dat de boekhouding van de gevangenis van Leuven Centraal op 29.07.2024 per e-mail in kennis werd gesteld door de collega’s van de boekhouding van de gevangenis van Dendermonde dat klager zijn kantine niet had gekregen en ook zijn geld niet had
teruggekregen. Op 14.08.2024 antwoordde de boekhouding van de gevangenis van Leuven-Centraal dat zij diezelfde dag het volledige bedrag van de niet-geleverde kantine, had gestort op de individuele rekening van klager bij de gevangenis van Dendermonde. Op het moment dat klager zijn klacht indiende (27.07.2024), was de bestelling nog niet teruggestort op de rekening van klager. De klachtencommissie meent echter dat een redelijke termijn moet worden gelaten voor de terugbetaling.
De klachtencommissie is daarom van oordeel dat de klacht geen verzuim of een weigering namens de directie om een beslissing te nemen binnen een redelijke termijn, uitmaakt. Bijgevolg is de klacht niet-ontvankelijk.
Wat betreft de blender en waterkoker:
Klager stelt dat zijn blender en waterkoker niet overgekomen zijn met zijn nazending uit de gevangenis van Leuven-Centraal.
De directie stelt dat er nergens op zijn naam een blender of waterkoker ingeschreven werden. Deze voorwerpen zijn dus ook nooit kunnen opgestuurd worden. Een waterkoker en een blender worden niet opgesomd in de categorie van toegelaten voorwerpen op de cel van een gedetineerde. Indien klager dus de eigenaar was van een waterkoker en een blender, zouden deze voorwerpen conform Collectieve Brief nr. 113 in bewaring zijn genomen, zouden deze voorwerpen beschreven staan in de inventaris van bewaargeving en zou klager een ontvangstbewijs hebben gekregen. De klachtencommissie heeft een kopie ontvangen van de lijst van gedeponeerde voorwerpen van klager. Hierin staat geen blender of waterkoker opgenomen. De klachtencommissie stelt overigens vast dat klager ook geen ontvangstbewijs van in bewaarneming kan voorleggen, noch een aankoopbewijs. Klager verduidelijkt ook niet of hij deze goederen al had voor zijn detentie, of hij deze goederen heeft aangekocht via de kantine of hij deze heeft gekregen van een medegedetineerde.
De klachtencommissie besluit dat het bezit van klager van een blender en een waterkoker niet is bewezen. Bijgevolg meent de klachtencommissie dat er geen sprake is van een verzuim of een weigering van de directie om deze goederen na te zenden. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.