KC16/24-0202
Onontvankelijk
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ARBEID - REKENINGEN
De klacht gaat over het loon van klager.
De klachtencommissie meent in essentie dat klager niet akkoord is dat hij tewerkgesteld werd onder het stelsel van deeltijdse tewerkstelling met een limiet van 200 euro. Teneinde een oplossing te bieden voor de lange wachtlijsten voor werk, heeft de directie met ingang van 01.01.2023 een regeling ingevoerd waarbij nieuwe werknemers slechts deeltijds tewerkgesteld worden met de bedoeling om meer gedetineerden werk te kunnen aanbieden. Uit het verweer van de directie blijkt dat klager vanaf 03.07.2023 tewerkgesteld werd in het werkhuis. Klager werd bijgevolg tewerkgesteld onder de regeling die inging vanaf 01.07.2023: deeltijds werken met een maximaal verdienvermogen van 200 euro. Klager diende pas in augustus 2024 een klacht in hierover. De klacht is bijgevolg laattijdig ingediend. dat hij zijn klacht zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. Uit het verweer van de directie blijkt bovendien dat klager zijn vraag wel werd beantwoord, namelijk tijdens een rapport bij de directie. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
De klacht gaat over het loon van klager.
De klachtencommissie meent in essentie dat klager niet akkoord is dat hij tewerkgesteld werd onder het stelsel van deeltijdse tewerkstelling met een limiet van 200 euro. Teneinde een oplossing te bieden voor de lange wachtlijsten voor werk, heeft de directie met ingang van 01.01.2023 een regeling ingevoerd waarbij nieuwe werknemers slechts deeltijds tewerkgesteld worden met de bedoeling om meer gedetineerden werk te kunnen aanbieden. Uit het verweer van de directie blijkt dat klager vanaf 03.07.2023 tewerkgesteld werd in het werkhuis. Klager werd bijgevolg tewerkgesteld onder de regeling die inging vanaf 01.07.2023: deeltijds werken met een maximaal verdienvermogen van 200 euro. Klager diende pas in augustus 2024 een klacht in hierover. De klacht is bijgevolg laattijdig ingediend. dat hij zijn klacht zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. Uit het verweer van de directie blijkt bovendien dat klager zijn vraag wel werd beantwoord, namelijk tijdens een rapport bij de directie. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.