KC16/25-0040
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ARBEID - ONTSLAG - MOTIVERING
Klager is het niet eens met het loon dat hij in de gevangenis verdient. Hij werkt sinds augustus 2021 in de gevangenis van Leuven Centraal, waar hij 360 EUR verdiende in de schrijnwerkerij. In augustus 2022 is hij gemuteerd naar werkhuis C4. In 2023 heeft de directie een maatregel genomen dat alle nieuwe werkenden een loon van 200 EUR zouden krijgen in plaats van 360 EUR. Klager viel toen niet onder die regeling omdat hij van vast werk naar vast werk wisselde en de regel erna pas is toegepast. Klager stelt dat twee werkers die in 2024 zijn begonnen in C4, terug 360 EUR mogen verdienen, terwijl hij al veel langer zou werken. Hij wil zijn loon van 360 EUR terug. Tijdens de zitting herhaalt klager dat hij sinds 2021 werkzaam is in de schrijnwerkerij. Hij werd vast aangenomen en mocht een loon van 360 euro ontvangen. Volgens de regels moest hij eerst één jaar in deze functie werken alvorens hij een andere job kon kiezen. In 2022 koos hij ervoor over te stappen naar werkhuis C4, waarbij hij zijn oorspronkelijke loon van 360 euro mocht behouden. In maart 2023 werd echter een nieuwe regel ingevoerd, waarbij alle gedetineerden die vanaf dat moment begonnen met werken een loon van 200 euro kregen. Klager stelt dat hij niet onder deze regeling valt, aangezien hij al vóór de invoering ervan actief was. Hij wijst erop dat hij in mei 2023 nog een loon van 262 euro heeft ontvangen, maar dat zijn salaris daarna zonder aankondiging werd verlaagd naar 200 euro. Klager verklaart dat hij altijd voltijds is blijven werken en dat er nooit sprake is geweest van een onderbreking in zijn arbeidsactiviteit. Hij merkt bovendien op dat andere gedetineerden meer blijven verdienen, zelfs als ze later zijn begonnen met werken. Hij vraagt dan ook als tegemoetkoming om zijn oorspronkelijke loon van 360 euro terug te krijgen.
Gezien klager reeds vóór de invoering van de nieuwe regeling op 01/01/2023 voltijds werkte en zijn tewerkstelling sindsdien niet onderbroken is, valt hij niet onder de categorie van nieuwe deeltijdse werknemers. De klachtencommissie meent bijgevolg dat de beslissing om klager conform deeltijds werk te verlonen, niet conform de regeling was en bijgevolg onredelijk en onbillijk was. De klacht is gegrond.
Klager is het niet eens met het loon dat hij in de gevangenis verdient. Hij werkt sinds augustus 2021 in de gevangenis van Leuven Centraal, waar hij 360 EUR verdiende in de schrijnwerkerij. In augustus 2022 is hij gemuteerd naar werkhuis C4. In 2023 heeft de directie een maatregel genomen dat alle nieuwe werkenden een loon van 200 EUR zouden krijgen in plaats van 360 EUR. Klager viel toen niet onder die regeling omdat hij van vast werk naar vast werk wisselde en de regel erna pas is toegepast. Klager stelt dat twee werkers die in 2024 zijn begonnen in C4, terug 360 EUR mogen verdienen, terwijl hij al veel langer zou werken. Hij wil zijn loon van 360 EUR terug. Tijdens de zitting herhaalt klager dat hij sinds 2021 werkzaam is in de schrijnwerkerij. Hij werd vast aangenomen en mocht een loon van 360 euro ontvangen. Volgens de regels moest hij eerst één jaar in deze functie werken alvorens hij een andere job kon kiezen. In 2022 koos hij ervoor over te stappen naar werkhuis C4, waarbij hij zijn oorspronkelijke loon van 360 euro mocht behouden. In maart 2023 werd echter een nieuwe regel ingevoerd, waarbij alle gedetineerden die vanaf dat moment begonnen met werken een loon van 200 euro kregen. Klager stelt dat hij niet onder deze regeling valt, aangezien hij al vóór de invoering ervan actief was. Hij wijst erop dat hij in mei 2023 nog een loon van 262 euro heeft ontvangen, maar dat zijn salaris daarna zonder aankondiging werd verlaagd naar 200 euro. Klager verklaart dat hij altijd voltijds is blijven werken en dat er nooit sprake is geweest van een onderbreking in zijn arbeidsactiviteit. Hij merkt bovendien op dat andere gedetineerden meer blijven verdienen, zelfs als ze later zijn begonnen met werken. Hij vraagt dan ook als tegemoetkoming om zijn oorspronkelijke loon van 360 euro terug te krijgen.
Gezien klager reeds vóór de invoering van de nieuwe regeling op 01/01/2023 voltijds werkte en zijn tewerkstelling sindsdien niet onderbroken is, valt hij niet onder de categorie van nieuwe deeltijdse werknemers. De klachtencommissie meent bijgevolg dat de beslissing om klager conform deeltijds werk te verlonen, niet conform de regeling was en bijgevolg onredelijk en onbillijk was. De klacht is gegrond.