KC16/25-0074
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - PUNTENSYSTEEM
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing en de toekenning van drie punten genomen door de directie van de gevangnis van Leuven-Centraal. Hij beklaagt zich over het feit dat er op de tuchtzitting geen griffier aanwezig was. Daarnaast ontving hij pas op de ochtend van de zitting zijn mededeling inzake de tuchtprocedure, waarbij de plaatsbeschrijving en datum van opmaak niet waren ingevuld. Het originele exemplaar heeft klager nooit te zien gekregen. Bijgevolg heeft hij dit dan ook nooit afgetekend en hebben ze aangeduid dat klager weigerde te tekenen. Dit werd eveneens door de directie naast haar neergelegd. Na het lezen van het zittingsverslag stelt klager vast dat niet alles wat is gezegd correct werd genoteerd. Ten slotte vindt klager dat hij twee keer is gestraft; strafpunten én zeven dagen individuele wandeling. De directie meent dat er nergens in de basiswet staat vermeld dat een tuchthoorzitting dient te gebeuren in aanwezigheid van een griffier. Tijdens de tuchthoorzitting werd het verslag van de hoorzitting opgemaakt door de PA, in opdracht van de directeur.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, een tuchtinbreuk van tweede categorie,
- het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden, een tuchtinbreuk van de tweede categorie. Gelet op de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de directeur, is de klachtencommissie enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de observatienota duidelijk werd opgesteld. Wat het geen gevolg geven aan de aanmaningen van het personeel betreft, stelt de klachtencommissie op basis van de observatienota vast dat klager weigerde om naar binnen te gaan. Hierdoor heeft hij zich bovendien inderdaad bevonden op de wandeling buiten de toegestane tijdsperiode. Klager heeft ook tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting hier geen verdere inhoudelijke toelichting over gegeven. Hoewel klager uiteindelijk naar binnen is gegaan, kan de klachtencommissie alleen maar concluderen dat de directie in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de duur van de sanctie en gelet op het feit dat klager nog steeds individueel kon gaan wandelen. Om die redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
Ingevolge deze tuchtbeslissing kreeg klager drie punten toegekend. De klachtencommissie meent dat de beslissing tot toekenning van driepunten niet individueel werd gemotiveerd. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing, het aantal punten en het puntensaldo naderhand worden ingevuld. Deze mededeling is algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom het in het kader van de orde en de veiligheid noodzakelijk was dat klager, bovenop zijn tuchtsanctie, driepunten kreeg toegekend. Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing tot toekenning van driepunten.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing en de toekenning van drie punten genomen door de directie van de gevangnis van Leuven-Centraal. Hij beklaagt zich over het feit dat er op de tuchtzitting geen griffier aanwezig was. Daarnaast ontving hij pas op de ochtend van de zitting zijn mededeling inzake de tuchtprocedure, waarbij de plaatsbeschrijving en datum van opmaak niet waren ingevuld. Het originele exemplaar heeft klager nooit te zien gekregen. Bijgevolg heeft hij dit dan ook nooit afgetekend en hebben ze aangeduid dat klager weigerde te tekenen. Dit werd eveneens door de directie naast haar neergelegd. Na het lezen van het zittingsverslag stelt klager vast dat niet alles wat is gezegd correct werd genoteerd. Ten slotte vindt klager dat hij twee keer is gestraft; strafpunten én zeven dagen individuele wandeling. De directie meent dat er nergens in de basiswet staat vermeld dat een tuchthoorzitting dient te gebeuren in aanwezigheid van een griffier. Tijdens de tuchthoorzitting werd het verslag van de hoorzitting opgemaakt door de PA, in opdracht van de directeur.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, een tuchtinbreuk van tweede categorie,
- het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden, een tuchtinbreuk van de tweede categorie. Gelet op de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de directeur, is de klachtencommissie enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de observatienota duidelijk werd opgesteld. Wat het geen gevolg geven aan de aanmaningen van het personeel betreft, stelt de klachtencommissie op basis van de observatienota vast dat klager weigerde om naar binnen te gaan. Hierdoor heeft hij zich bovendien inderdaad bevonden op de wandeling buiten de toegestane tijdsperiode. Klager heeft ook tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting hier geen verdere inhoudelijke toelichting over gegeven. Hoewel klager uiteindelijk naar binnen is gegaan, kan de klachtencommissie alleen maar concluderen dat de directie in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de duur van de sanctie en gelet op het feit dat klager nog steeds individueel kon gaan wandelen. Om die redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
Ingevolge deze tuchtbeslissing kreeg klager drie punten toegekend. De klachtencommissie meent dat de beslissing tot toekenning van driepunten niet individueel werd gemotiveerd. Iedere gedetineerde krijgt hetzelfde puntenbriefje waar enkel de datum van de tuchtbeslissing, het aantal punten en het puntensaldo naderhand worden ingevuld. Deze mededeling is algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom het in het kader van de orde en de veiligheid noodzakelijk was dat klager, bovenop zijn tuchtsanctie, driepunten kreeg toegekend. Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing tot toekenning van driepunten.