KC16/25-0077
Ongegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
MOTIVERING - BRIEFWISSELING - DEPONERING VOORWERPEN - VORMING/VRIJE TIJD
Klager wil graag een postzegelverzameling opbouwen door postzegels van een filatelist van buiten de gevangenis te ontvangen via de post. De directie besliste echter dat alle postzegels die aan klager met de post zouden worden verstuurd, niet toegelaten zouden worden in afwachting van een overleg hierover. Bijgevolg werden nadien postzegels die toekwamen met de post in bewaring genomen. Ook een nieuw insteekboek van klager werd in bewaring genomen. Klager heeft destijds deze beslissing van de directie aangevochten (KC16/24-0185). De klachtencommissie besliste om de klacht gegrond te verklaren omdat klager conform de Basiswet geen schriftelijke gemotiveerde beslissing van de directie had ontvangen waarin zij had meegedeeld waarom het volstrekt noodzakelijk was in het kader van de handhaving van de orde of de veiligheid dat de postzegels in bewaring werden genomen. De directie heeft in navolging hiervan een nieuwe beslissing genomen die thans wordt aangevochten door klager.
De klachtencommissie besluit dat papierwaren, zoals postzegels en een insteekboek, samen met briefwisseling met de post mogen worden toegezonden aan klager maar dat de directie rechtmatig kan beslissen dat klager de postzegels (waardoor de limiet van twintig postzegels op cel wordt overschreden) en het insteekboek niet op cel mag hebben indien het bezit ervan op cel een gevaar voor de handhaving van de orde of de veiligheid zou uitmaken. De directie is die mening toegedaan en heeft haar redenen hiervoor schriftelijk meegedeeld aan klager. Samengevat meent de directie dat het toelaten van meer dan twintig postzegels op de cel van klager een grondige celcontrole in de cel van klager zou bemoeilijken en een risico op ruilhandel met alle negatieve gevolgen van dien zou betekenen omdat postzegels als waarde- en ruilmiddel gebruikt kunnen worden in de gevangenis. Het insteekboek wordt geweigerd omdat dit volgens de directie niet opgenomen is in de lijst van toegelaten voorwerpen.
De klachtencommissie is van oordeel dat het maximum van twintig postzegels per gedetineerde, zoals bepaald in Collectieve Brief nr. 113 en overgenomen in het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven Centraal, geldt voor alle gedetineerden. Indien een gedetineerde een grotere hoeveelheid van de toegelaten voorwerpen bij zich wenst te hebben, kan hij een verzoek indienen bij de directeur. De directeur kan de toestemming geven voor zover dit niet onverenigbaar is met de orde en de veiligheid. De klachtencommissie besluit echter dat klager voorafgaand aan de start van zijn nieuwe hobby dergelijke toelating van de directeur niet heeft gevraagd.
Klager wil graag een postzegelverzameling opbouwen door postzegels van een filatelist van buiten de gevangenis te ontvangen via de post. De directie besliste echter dat alle postzegels die aan klager met de post zouden worden verstuurd, niet toegelaten zouden worden in afwachting van een overleg hierover. Bijgevolg werden nadien postzegels die toekwamen met de post in bewaring genomen. Ook een nieuw insteekboek van klager werd in bewaring genomen. Klager heeft destijds deze beslissing van de directie aangevochten (KC16/24-0185). De klachtencommissie besliste om de klacht gegrond te verklaren omdat klager conform de Basiswet geen schriftelijke gemotiveerde beslissing van de directie had ontvangen waarin zij had meegedeeld waarom het volstrekt noodzakelijk was in het kader van de handhaving van de orde of de veiligheid dat de postzegels in bewaring werden genomen. De directie heeft in navolging hiervan een nieuwe beslissing genomen die thans wordt aangevochten door klager.
De klachtencommissie besluit dat papierwaren, zoals postzegels en een insteekboek, samen met briefwisseling met de post mogen worden toegezonden aan klager maar dat de directie rechtmatig kan beslissen dat klager de postzegels (waardoor de limiet van twintig postzegels op cel wordt overschreden) en het insteekboek niet op cel mag hebben indien het bezit ervan op cel een gevaar voor de handhaving van de orde of de veiligheid zou uitmaken. De directie is die mening toegedaan en heeft haar redenen hiervoor schriftelijk meegedeeld aan klager. Samengevat meent de directie dat het toelaten van meer dan twintig postzegels op de cel van klager een grondige celcontrole in de cel van klager zou bemoeilijken en een risico op ruilhandel met alle negatieve gevolgen van dien zou betekenen omdat postzegels als waarde- en ruilmiddel gebruikt kunnen worden in de gevangenis. Het insteekboek wordt geweigerd omdat dit volgens de directie niet opgenomen is in de lijst van toegelaten voorwerpen.
De klachtencommissie is van oordeel dat het maximum van twintig postzegels per gedetineerde, zoals bepaald in Collectieve Brief nr. 113 en overgenomen in het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven Centraal, geldt voor alle gedetineerden. Indien een gedetineerde een grotere hoeveelheid van de toegelaten voorwerpen bij zich wenst te hebben, kan hij een verzoek indienen bij de directeur. De directeur kan de toestemming geven voor zover dit niet onverenigbaar is met de orde en de veiligheid. De klachtencommissie besluit echter dat klager voorafgaand aan de start van zijn nieuwe hobby dergelijke toelating van de directeur niet heeft gevraagd.