Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0165

Gegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE FEITEN - PUNTENSYSTEEM

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in de observatienota van 7 mei 2025. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als zijnde het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel van de gevangenis correct en afdoende gemotiveerd. Vervolgens wordt klager ook gesanctioneerd voor het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht dit deel van de tuchtbeslissing gebrekkig op twee punten: De motivering vermeldt niet welke bepaling van het huishoudelijk reglement werd geschonden én in het huishoudelijk reglement staat nergens dat het verboden is om aan iemands winket te gaan staan of te gaan praten. De klachtencommissie is van oordeel dat de bewoordingen van artikel 130, 2° van de Basiswet, namelijk “het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” strikt geïnterpreteerd dienen te worden en dat deze tuchtrechtelijke inbreuk enkel aan de gedetineerde ten laste kan worden gelegd als de overtreden ‘regel’ een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement. In het voorliggend dossier kan de kwalificatie van het niet-naleven van het huishoudelijk reglement volgens de klachtencommissie dan ook niet overeind blijven, nu het verbod om het aan het winket te staan niet terug te vinden is in het huishoudelijk reglement. Klager kreeg een tuchtsanctie van 3 dagen ATV. De klachtencommissie acht de sanctie, zelfs indien deze enkel voor de inbreuk van artikel 130, 3° Basiswet werd opgelegd, wettelijk en redelijk. De klacht is gedeeltelijk gegrond.

De klacht is gericht tegen de toekenning van punten ingevolge een tuchtbeslissing. De directie verwijst naar de toepassing van het ‘Reglement Basisregime’, dat een bijlage uitmaakt bij het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven Centraal. De klachtencommissie brengt het volgende in herinnering. Het huishoudelijk reglement mag geen bepalingen voorzien die niet voorzien zijn in de wet (artikel 16 Basiswet). Aangezien de Basiswet op geen enkele manier in een systeem van automatische regimemutatie na een tuchtinbreuk voorziet, kan ook het huishoudelijk reglement geen geldige rechtsbasis vormen voor dergelijk systeem. In het voorliggend dossier werd er aldus een beslissing genomen zonder dat hiervoor een wettelijke basis voorhanden was. Het is de directie wél toegestaan om een ordemaatregel te nemen omwille van een probleem van orde of veiligheid. In het voorliggend dossier is er echter geen sprake van een individueel gemotiveerde ordemaatregel, nu iedere gedetineerde steeds hetzelfde puntenbriefje krijgt waarbij enkel de datum van de tuchtbeslissing, het aantal punten en het puntensaldo worden ingevuld. De mededeling omtrent de toekenning is algemeen en vaag en bevat geenszins de redenen waarom het in het kader van de orde en veiligheid noodzakelijk was dat klager, bovenop zijn tuchtsanctie, punten kreeg toegekend. De klacht is gegrond.