Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0218

Gegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Tucht
TUCHT - MOTIVERING

De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 29 juni 2025. Hierin wordt beschreven hoe klager eerst naar een medegedetineerde roept en zich vervolgens fysiek naar hem begeeft. De beambte sloeg hierop alarm omdat de situatie dreigde te escaleren. Andere gedetineerden hielden klager tegen. Klager riep “ik eet je op”. Ter tuchtzitting stelde klager dat hij een meningsverschil had met de medegedetineerde en dat dit uit de hand liep in de zin dat hij en de andere gedetineerde tegen elkaar aan het roepen waren. Klager vermeldt dat hij zijn excuses heeft aangeboden aan de beambte en benadrukt dat het niet (fysiek) uit de hand gelopen is. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.

In het voorliggend dossier beperkte de directie zich voor de uiteenzetting van de feiten echter tot een verwijzing naar het RAD. De klachtencommissie wijst erop dat het niet de bedoeling is dat de motivering van een tuchtbeslissing enkel kan begrepen worden door ze samen te lezen met het RAD. De directie dient de feiten die in het RAD werden beschreven in de motivering zelf te hernemen (kort omschrijven) alvorens over te gaan tot de kwalificatie. Enkel op die manier is het duidelijk welke feiten door de directie als bewezen worden beschouwd en welke kwalificatie ze eraan geeft. De klachtencommissie verwijst naar de Collectieve Brief 124 “Tuchtregime van gedetineerden” (p. 18). Gelet op deze tekortkoming oordeelt de klachtencommissie dat de tuchtbeslissing niet voldoet aan artikel 144, §6, tweede lid j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe.