Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0232

Gegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur
TEGEMOETKOMING - KLACHTENCOMMISSIE

Klager kreeg in een vorig klachtendossier als tegemoetkoming één extra individuele wandeling toegekend. Klager beklaagt zich in het huidig dossier over het gegeven dat hem voorgesteld werd zijn tegemoetkoming te krijgen onder de vorm van een wandeling in de ‘leeuwenkooi’ op het moment van de (gewone) ‘twee-uurswandeling’. Klager wenste niet in te gaan op dit aanbod aangezien hij op dat ogenblik liever gemeenschappelijk wou wandelen. Er werd nadien geen ander voorstel meer gedaan ter uitvoering van de tegemoetkoming. De klachtencommissie acht de beslissing waarbij de uitvoering van een tegemoetkoming wordt ingepland op een moment dat een gedetineerde sowieso al recht heeft op een wandeling (zij het een wettelijk recht op één uur dagelijkse wandeling (artikel 79 Basiswet), dan wel een verworven recht omdat de wandeling in Leuven Centraal nu eenmaal langer duurt) onverzoenbaar met haar uitspraak. Een extra wandeling impliceert dat die wandeling plaatsvindt op een tijdstip waarop de gedetineerde gewoonlijk niet gebruik kan maken van zijn recht op een wandeling. Er was in het voorliggend dossier geen sprake van een extra individuele wandeling aangezien de door de directie voorziene wandeling niet bovenop de gewoonlijke wandeling kwam, maar louter werd vormgegeven als alternatief voor de gewoonlijke wandeling. Nadat klager het aanbod dat men hem deed terecht weigerde, werd er ook geen ander voorstel meer gedaan ter uitvoering van de tegemoetkoming. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de directie verzuimd heeft om de beslissing van de klachtencommissie (correct) uit te voeren en acht de klacht daarom gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie draagt de directie op een nieuwe beslissing te nemen (lees: opnieuw uitvoer te geven aan de tegemoetkoming van één extra individuele wandeling) binnen de 30 dagen volgend op de betekening van deze beslissing, met inachtneming van haar uitspraak (artikel 158, §3, 1° Basiswet).