Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0267

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE FEITEN - MOTIVERING - SANCTIE

De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Ter tuchtzitting voerde klager aan dat hij zijn been in een reflex bewoog om te kijken wat de medegedetineerde op de tafel gooide. Hij was in shock en wou het voorwerp niet verbergen. Klager spreekt in zijn klacht over het bekijken van camerabeelden van het incident. De klachtencommissie stelt op basis van het verslag van de tuchtzitting vast dat klager noch zijn advocaat dit op het moment van de tuchtzitting gevraagd hebben. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. Het RAD stelt duidelijk dat klager, die op de tafel zat waarop een medegedetineerde net een USB-stick had gelegd, deze onmiddellijk trachtte te verbergen onder zijn been. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte op basis van het RAD.

De directie kwalificeerde de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet), verwijzend naar het gegeven dat het aannemen van voorwerpen niet toegestaan is door het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie acht de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg hiervoor 3 dagen ATV. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en bovendien redelijk. De klacht is ongegrond.