KC16/25-0280
Ongegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ONGESTOORD BEZOEK
Klager diende een aanvraag in voor ongestoord bezoek met zijn vriendin, die geweigerd werd.
Uit de schriftelijke weigeringsbeslissing blijkt dat de directie meent dat de aard van de feiten een contra-indicatie vormt voor de goedkeuring van het ongestoord bezoek. Vooral de veiligheid en de fysieke en psychische integriteit van de bezoekster kan volgens de directie onvoldoende gegarandeerd worden. Dit wordt gesteund op gerechtelijke informatie en niet op zijn gedrag tijdens detentie of een psychosociaal onderzoek. Hoewel er niet wordt verwezen naar specifieke stukken om klagers gedrag in detentie te onderbouwen, meent de klachtencommissie dat de directie in redelijkheid de relatief recente tenlastegelegde feiten van partnergeweld kon beschouwen als een contra-indicatie. Aangezien het psychosociaal onderzoek nog lopende is en er geen volledig zicht is op de criminogene en risicofactoren die tot de feiten hebben geleid, is het begrijpelijk dat de directie vanuit preventief oogpunt voorlopig het ongestoord bezoek weigert.
Zoals de wet voorziet, mag de directie nagaan of er een potentieel gevaar bestaat voor de veiligheid, zonder te hoeven afwachten of zich daadwerkelijk incidenten voordoen. Gezien de aard van de veroordeling en de onzekerheid rond de relationele dynamieken van klager, acht de klachtencommissie het redelijk dat ongestoord bezoek voorlopig wordt geweigerd in afwachting van verdere evaluatie. Daarbij is van belang dat het psychosociaal onderzoek nog niet is afgerond en er geen inzicht is in de mate waarin klager zijn gedrag heeft aangepast sinds zijn veroordeling.
De klachtencommissie merkt op dat het feit dat klager de afgelopen twee jaar wel ongestoord bezoek heeft gekregen in de gevangenis in Spanje en in de gevangenis van Haren, hier geen afbreuk aan doet. Uit het verweer en de stukken blijkt immers duidelijk dat er sprake is van een materiƫle vergissing, waarbij door een vertalingsfout foutieve ten laste gelegde feiten op de opsluitingsfiche stonden vermeld. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie bij haar beoordeling van de aanvraag tot ongestoord bezoek rekening mocht houden met deze nieuwe gegevens.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager diende een aanvraag in voor ongestoord bezoek met zijn vriendin, die geweigerd werd.
Uit de schriftelijke weigeringsbeslissing blijkt dat de directie meent dat de aard van de feiten een contra-indicatie vormt voor de goedkeuring van het ongestoord bezoek. Vooral de veiligheid en de fysieke en psychische integriteit van de bezoekster kan volgens de directie onvoldoende gegarandeerd worden. Dit wordt gesteund op gerechtelijke informatie en niet op zijn gedrag tijdens detentie of een psychosociaal onderzoek. Hoewel er niet wordt verwezen naar specifieke stukken om klagers gedrag in detentie te onderbouwen, meent de klachtencommissie dat de directie in redelijkheid de relatief recente tenlastegelegde feiten van partnergeweld kon beschouwen als een contra-indicatie. Aangezien het psychosociaal onderzoek nog lopende is en er geen volledig zicht is op de criminogene en risicofactoren die tot de feiten hebben geleid, is het begrijpelijk dat de directie vanuit preventief oogpunt voorlopig het ongestoord bezoek weigert.
Zoals de wet voorziet, mag de directie nagaan of er een potentieel gevaar bestaat voor de veiligheid, zonder te hoeven afwachten of zich daadwerkelijk incidenten voordoen. Gezien de aard van de veroordeling en de onzekerheid rond de relationele dynamieken van klager, acht de klachtencommissie het redelijk dat ongestoord bezoek voorlopig wordt geweigerd in afwachting van verdere evaluatie. Daarbij is van belang dat het psychosociaal onderzoek nog niet is afgerond en er geen inzicht is in de mate waarin klager zijn gedrag heeft aangepast sinds zijn veroordeling.
De klachtencommissie merkt op dat het feit dat klager de afgelopen twee jaar wel ongestoord bezoek heeft gekregen in de gevangenis in Spanje en in de gevangenis van Haren, hier geen afbreuk aan doet. Uit het verweer en de stukken blijkt immers duidelijk dat er sprake is van een materiƫle vergissing, waarbij door een vertalingsfout foutieve ten laste gelegde feiten op de opsluitingsfiche stonden vermeld. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie bij haar beoordeling van de aanvraag tot ongestoord bezoek rekening mocht houden met deze nieuwe gegevens.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.