KC16/25-0319
Onontvankelijk
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
BEVOEGDHEID - ARBEID
De klachtencommissie werd door de gevangenisdirectie op de hoogte gebracht dat met ingang van 24.10.2025 een nieuw stelsel met betrekking tot arbeid ingevoerd zou worden. In essentie houdt de nieuwe regeling in dat de directie zonder uitzondering een loonplafond invoert voor de verschillende tewerkstellingsposten. Dit betekent niet dat het uurloon of het loon voor een welbepaalde taak vermindert. Wel moet een gedetineerde voortaan tijdens de maand stoppen wanneer hij het bedrag van 300 euro verdiend heeft. Klager dient tegen deze aangepaste regeling een klacht in.
Zoals eerder geoordeeld, meent de klachtencommissie dat de klacht gericht is tegen een algemene regel, namelijk het vernieuwd arbeidsreglement. In casu is er immers geen sprake van een geïndividualiseerde beslissing die de directie ten aanzien van klager heeft genomen waarbij de directie toepassing heeft gemaakt van algemene regels , noch werd er afgeweken van de algemene regel , noch is er sprake van een discretionaire beoordeling waarbij specifieke omstandigheden van het geval worden meegewogen. Dit ligt in lijn met de eerdere rechtspraak van de Nederlandstalige Beroepscommissie. Overigens heeft klager zijn klacht ingediend na de mondelinge mededeling door de directie in de werkhuizen op 21.10.2025 en dus nog voor klager op 23.10.2025 het formulier in verband met de kennisname van het vernieuwd arbeidsreglement heeft ondertekend.
Een klacht tegen een algemene regel is enkel ontvankelijk wanneer zij in strijd is met een hogere rechtsnorm. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie door op algemene wijze te bepalen dat iedere werkende gedetineerde die in de loop van de maand 300 euro heeft verdiend, dient te stoppen met werken om afgewisseld te worden door een andere gedetineerde, geen afbreuk doet aan de hogere rechtsnormen inzake arbeidsduur en de vergoeding van arbeid. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie door de invoer van het vernieuwd arbeidsreglement net aan meer gedetineerden de kans kan geven om hun recht op arbeid uit de Basiswet te doen gelden.
Aangezien de klachtencommissie van oordeel is dat de algemene regel die klager aanvecht, namelijk het vernieuwde arbeidsreglement, niet strijdig is met een hogere rechtsnorm, is de klacht hiertegen niet-ontvankelijk.
De klachtencommissie werd door de gevangenisdirectie op de hoogte gebracht dat met ingang van 24.10.2025 een nieuw stelsel met betrekking tot arbeid ingevoerd zou worden. In essentie houdt de nieuwe regeling in dat de directie zonder uitzondering een loonplafond invoert voor de verschillende tewerkstellingsposten. Dit betekent niet dat het uurloon of het loon voor een welbepaalde taak vermindert. Wel moet een gedetineerde voortaan tijdens de maand stoppen wanneer hij het bedrag van 300 euro verdiend heeft. Klager dient tegen deze aangepaste regeling een klacht in.
Zoals eerder geoordeeld, meent de klachtencommissie dat de klacht gericht is tegen een algemene regel, namelijk het vernieuwd arbeidsreglement. In casu is er immers geen sprake van een geïndividualiseerde beslissing die de directie ten aanzien van klager heeft genomen waarbij de directie toepassing heeft gemaakt van algemene regels , noch werd er afgeweken van de algemene regel , noch is er sprake van een discretionaire beoordeling waarbij specifieke omstandigheden van het geval worden meegewogen. Dit ligt in lijn met de eerdere rechtspraak van de Nederlandstalige Beroepscommissie. Overigens heeft klager zijn klacht ingediend na de mondelinge mededeling door de directie in de werkhuizen op 21.10.2025 en dus nog voor klager op 23.10.2025 het formulier in verband met de kennisname van het vernieuwd arbeidsreglement heeft ondertekend.
Een klacht tegen een algemene regel is enkel ontvankelijk wanneer zij in strijd is met een hogere rechtsnorm. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie door op algemene wijze te bepalen dat iedere werkende gedetineerde die in de loop van de maand 300 euro heeft verdiend, dient te stoppen met werken om afgewisseld te worden door een andere gedetineerde, geen afbreuk doet aan de hogere rechtsnormen inzake arbeidsduur en de vergoeding van arbeid. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie door de invoer van het vernieuwd arbeidsreglement net aan meer gedetineerden de kans kan geven om hun recht op arbeid uit de Basiswet te doen gelden.
Aangezien de klachtencommissie van oordeel is dat de algemene regel die klager aanvecht, namelijk het vernieuwde arbeidsreglement, niet strijdig is met een hogere rechtsnorm, is de klacht hiertegen niet-ontvankelijk.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/26-0053 opgestart