Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0359

Ongegrond Onontvankelijk KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht Ordemaatregel Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - TUCHT - TERMIJN - ORDEMAATREGEL - ARBEID - VORMING

Klager heeft een klacht ingediend op 08.11.2025 tegen een individuele beslissing tot fouillering op het lichaam van 20.09.2025 en tegen een tuchtbeslissing van 22.09.2025. Op basis van de beslissingen stelt de klachtencommissie vast dat klager telkens op de dag zelf ook de bestreden beslissingen voor kennisname heeft ondertekend. Op de beslissingen staat ook telkens duidelijk vermeld dat klager tegen de beslissing klacht kon indienen bij de klachtencommissie binnen een termijn van zeven dagen. De klachten werden bijgevolg laattijdig ingediend. De klachtencommissie meent dat klager in zijn klachten ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij zijn klachten, rekening houdend met alle omstandigheden, zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. Deze klachten zijn daarom niet-ontvankelijk.

Klager werkte in een werkhuis, namelijk de schrijnwerkerij en volgde een opleiding meubelmaker. De directie heeft bij ordemaatregel beslist dat klager werd ontslagen en dat zijn opleiding werd stopgezet gelet op het begaan van een tuchtinbreuk waardoor hij niet langer geschikt was voor de arbeidspost of dat de werkrelatie niet langer mogelijk was. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregelen schriftelijk motiveerde. Ook werd voldaan aan de vereiste dat de motivering moet toelaten dat de gedetineerde begrijpt waarom hij niet langer als geschikt wordt beschouwd voor de arbeidspost waarom zijn opleiding werd stopgezet. Ter zitting bevestigde klager dat hij niet geïnteresseerd was in de opleiding. Hij had onder andere moeite met de hoeveelheid prikkels. De klachtencommissie acht de beslissingen dus niet onwettig. De beslissingen zijn daarnaast niet onredelijk of onbillijk. De klacht zijn bijgevolg ongegrond.

Klager heeft tenslotte een klacht ingediend omdat de directie geen aanvraag tot overplaatsing naar de DVA zou hebben ingediend voor hem. Uit de bijkomende informatie blijkt dat klager op 13.12.2025 een vraag heeft gericht aan de directie tot overplaatsing naar de DVA in de gevangenis van Hasselt. Er werd door de directie geen aanvraag tot overplaatsing overgemaakt aan de Directie Detentiebeheer (“DDB”) van het Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen (“DG EPI”) omdat de PSD-dossierbeheerders het nieuws kregen dat de gevangenis van Hasselt momenteel geen externe kandidaten opneemt voor de DVA omwille van de overbevolking. Een aanvraag heeft bijgevolg geen zin volgens de directie. De klachtenformulieren die klager heeft ingediend zijn gedateerd op 08.11.2025 en 01.12.2025. Klager diende met andere woorden reeds klacht in vóór de bestreden beslissing werd genomen. Deze klacht is daarom niet-ontvankelijk.