Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0374

Gegrond Onontvankelijk KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht Geen beslissing directeur
TUCHT - SUBSIDIARITEIT - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - EXTERNE RECHTSPOSITIE

Aangezien klager in zijn klachten en tijdens de zitting van de klachtencommissie enkel de tuchtinbreuk in verband met de TikTok-filmpjes heeft betwist, beperkt de klachtencommissie haar onderzoek tot de wettelijkheid en redelijkheid van deze weerhouden tuchtinbreuk. De klachtencommissie is van oordeel dat klager door zich bewust te laten filmen door een medegedetineerde met een smartphone in de gevangenis, inderdaad heeft deelgenomen aan het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. Dit is een tuchtinbreuk van de eerste categorie. Het is voor de klachtencommissie evenwel niet duidelijk waarom de directie deze kwalificatie heeft gewijzigd naar een tuchtinbreuk van tweede categorie, namelijk het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of een persoon vreemd aan de gevangenis.

Volgens klager dateren de feiten van 3,5 jaar geleden. Hoewel de directie dit niet kan bevestigen, ontkent zij niet dat de feiten zich niet recent hebben afgespeeld. Tijdens de celcontrole werd ook geen gsm teruggevonden. Hoewel klager dus een tuchtinbreuk heeft begaan, wijst de klachtencommissie op artikel 122 van de Basiswet: Het tuchtregime strekt ertoe de orde en de veiligheid te vrijwaren met eerbiediging van de waardigheid, het zelfrespect en de individuele en sociale verantwoordelijkheid van de gedetineerden. Het beroep op de tuchtprocedure moet beperkt blijven tot situaties waarin de handhaving van de orde en de veiligheid van de inrichting dit gebiedend rechtvaardigen en er geen enkel ander middel kan worden gebruikt om dit te verzekeren. De klachtencommissie is van oordeel dat het niet is aangetoond dat de recente ontdekking op sociale media van oude beelden een gevaar uitmaakten voor de actuele orde en veiligheid in de gevangenis waardoor de klachtencommissie besluit dat het tuchtrechtelijk sanctioneren van de feiten niet meer gerechtvaardigd was. Om deze reden is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager gesanctioneerd werd voor het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of met een persoon vreemd aan de gevangenis. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.

Tot slot heeft klager nog een klacht ingediend omdat de directie nog geen advies heeft uitgebracht over het verzoek van klager om een occasionele uitgaansvergunning te krijgen zodat hij zou kunnen verschijnen op de zitting van de jeugdrechtbank. De toekenning van een uitgaansvergunning valt onder de regeling van de 'externe rechtspositie' van de gedetineerde. De klachtencommissie is overeenkomstig de Basiswet alleen bevoegd om te oordelen over beslissingen van of namens de directie (of het verzuim of de weigering om een beslissing te nemen) in verband met de ‘interne rechtspositie’ of met zijn bejegening binnen de gevangenis. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.