KC16/26-0007
Ongegrond
Gegrond
KC - Leuven Centraal
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
BEZOEK - MOTIVERING
Klager beklaagt zich over de weigering van een aanvraag tot ongestoord familiaal bezoek met zijn schoonzus (i.e. een bezoekster categorie 2).Aangezien klager gewag maakt van de risicoanalyse (of het gebrek daaraan), meent de klachtencommissie dat voor deze aanvraag de weigeringsgrond van artikel 59, §2, 3° Basiswet werd weerhouden. De tijdelijke weigering van een ongestoord bezoek moet steeds schriftelijk gebeuren en met redenen omkleed worden (artikel 59, §3 Basiswet). Aangezien klager het voldoende aannemelijk maakt dat hij nooit een schriftelijke en met redenen omklede beslissing ontving, besluit de klachtencommissie dat de directie voor wat betreft de aanvraag tot ongestoord familiaal bezoek tussen klager en zijn schoonzus haar beslissing in strijd met artikel 59, §3 Basiswet heeft genomen. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing en draagt de directie op om, binnen de 14 dagen volgend op de betekening van deze beslissing, een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van deze uitspraak (artikel 158, §3, 1° Basiswet).
Klager beklaagt zich over de weigering van een aanvraag tot ongestoord familiaal bezoek met zijn nieuwe partner. De klachtencommissie heeft geen gegevens over deze persoon, maar vermoedt dat het gaat om een partner waarmee klager niet samenwoont, en dus eveneens een bezoekster van categorie 2. Aangezien klager ook hier gewag maakt van de risicoanalyse, meent de klachtencommissie dat ook voor deze aanvraag de weigeringsgrond van artikel 59, §2, 3° Basiswet werd weerhouden. De klachtencommissie herhaalt dat de weigering van een ongestoord bezoek in elk geval steeds schriftelijk moet gebeuren en met redenen omkleed moet worden (artikel 59, §3 Basiswet). Aangezien klager het voldoende aannemelijk maakt dat hij nooit een schriftelijke en met redenen omklede beslissing ontving, besluit de klachtencommissie dat de directie voor wat betreft de aanvraag tot ongestoord familiaal bezoek tussen klager en zijn nieuwe partner haar beslissing in strijd met artikel 59, §3 Basiswet heeft genomen. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing en draagt de directie op om, binnen de 14 dagen volgend op de betekening van deze beslissing, een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van deze uitspraak (artikel 158, §3, 1° Basiswet).
Klager dient klacht in tegen het gegeven dat twee van zijn bezoekers de toegang werd geweigerd toen zij zich om 13u20 aandienden voor een tafelbezoek. Gelet op het gegeven dat de bezoekers zelf al naar de gevangenis belden dat ze vertraging hadden, meent de klachtencommissie echter te mogen besluiten dat ze zich wellicht later dan 13u20 hebben aangediend. De portier heeft het huishoudelijk reglement strikt toegepast, waardoor de beslissing niet als onwettig kan bestempeld worden. Bovendien worden geen specifieke redenen aangehaald voor deze laattijdigheid (zoals bijvoorbeeld vertraging bij het openbaar vervoer). De klachtencommissie ziet dan ook geen reden om de strikte toepassing van het huishoudelijk reglement in het voorliggend dossier als onredelijk of onbillijk te beschouwen. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager beklaagt zich over de weigering van een aanvraag tot ongestoord familiaal bezoek met zijn schoonzus (i.e. een bezoekster categorie 2).Aangezien klager gewag maakt van de risicoanalyse (of het gebrek daaraan), meent de klachtencommissie dat voor deze aanvraag de weigeringsgrond van artikel 59, §2, 3° Basiswet werd weerhouden. De tijdelijke weigering van een ongestoord bezoek moet steeds schriftelijk gebeuren en met redenen omkleed worden (artikel 59, §3 Basiswet). Aangezien klager het voldoende aannemelijk maakt dat hij nooit een schriftelijke en met redenen omklede beslissing ontving, besluit de klachtencommissie dat de directie voor wat betreft de aanvraag tot ongestoord familiaal bezoek tussen klager en zijn schoonzus haar beslissing in strijd met artikel 59, §3 Basiswet heeft genomen. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing en draagt de directie op om, binnen de 14 dagen volgend op de betekening van deze beslissing, een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van deze uitspraak (artikel 158, §3, 1° Basiswet).
Klager beklaagt zich over de weigering van een aanvraag tot ongestoord familiaal bezoek met zijn nieuwe partner. De klachtencommissie heeft geen gegevens over deze persoon, maar vermoedt dat het gaat om een partner waarmee klager niet samenwoont, en dus eveneens een bezoekster van categorie 2. Aangezien klager ook hier gewag maakt van de risicoanalyse, meent de klachtencommissie dat ook voor deze aanvraag de weigeringsgrond van artikel 59, §2, 3° Basiswet werd weerhouden. De klachtencommissie herhaalt dat de weigering van een ongestoord bezoek in elk geval steeds schriftelijk moet gebeuren en met redenen omkleed moet worden (artikel 59, §3 Basiswet). Aangezien klager het voldoende aannemelijk maakt dat hij nooit een schriftelijke en met redenen omklede beslissing ontving, besluit de klachtencommissie dat de directie voor wat betreft de aanvraag tot ongestoord familiaal bezoek tussen klager en zijn nieuwe partner haar beslissing in strijd met artikel 59, §3 Basiswet heeft genomen. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing en draagt de directie op om, binnen de 14 dagen volgend op de betekening van deze beslissing, een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van deze uitspraak (artikel 158, §3, 1° Basiswet).
Klager dient klacht in tegen het gegeven dat twee van zijn bezoekers de toegang werd geweigerd toen zij zich om 13u20 aandienden voor een tafelbezoek. Gelet op het gegeven dat de bezoekers zelf al naar de gevangenis belden dat ze vertraging hadden, meent de klachtencommissie echter te mogen besluiten dat ze zich wellicht later dan 13u20 hebben aangediend. De portier heeft het huishoudelijk reglement strikt toegepast, waardoor de beslissing niet als onwettig kan bestempeld worden. Bovendien worden geen specifieke redenen aangehaald voor deze laattijdigheid (zoals bijvoorbeeld vertraging bij het openbaar vervoer). De klachtencommissie ziet dan ook geen reden om de strikte toepassing van het huishoudelijk reglement in het voorliggend dossier als onredelijk of onbillijk te beschouwen. Om deze redenen is de klacht ongegrond.