Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0008

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur
FOUILLERING - UITVOERING

Klager dient klacht in tegen de naaktfouillering van 11/01/2026. Hij stelt dat er geen aanleiding was en er geen ‘opdrachtpapieren’ klaarlagen.

De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn, aangezien beambten een duidelijke drugsgeur in de verblijfsruimte van klager hadden vastgesteld toen hij werd uitgehaald voor een controle van zijn verblijfsruimte. Uit de observatienota blijkt dat er tijdens die celcontrole ook effectief een verboden substantie werd gevonden. De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden. Klager merkt in zijn klacht op dat er geen ‘opdrachtpapieren’ klaarlagen. Artikel 108 van de Basiswet vereist enkel dat de directeur zijn beslissing met daarin de motivering voor de naaktfouillering schriftelijk aan de gedetineerde bezorgt uiterlijk 24 uur nadat de naaktfouillering heeft plaatsgevonden. Uit de beslissing tot naaktfouillering blijkt dat klager diezelfde dag om 13u42 de beslissing heeft ontvangen en ondertekend. Er is bijgevolg geen sprake van een schending op dit punt. De klacht is om deze redenen niet gegrond.

Klager dient daarnaast ook klacht in tegen de uitvoering van de naaktfouillering. Uit het verweer van de directie blijkt dat het mogelijk is dat er tijdens de overbrenging naar een ruimte waar de fouillering op het lichaam wordt uitgevoerd, een vrouwelijke beambte aanwezig is. Tijdens de fouillering in het lokaal wenden zij zich echter af en zijn geen vrouwelijke beambten aanwezig. De klachtencommissie is van oordeel dat deze uitleg van de directie voldoende plausibel is, en klager in zijn klacht onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de fouillering op zijn lichaam ook effectief in de aanwezigheid van een vrouwelijke beambte werd uitgevoerd.