Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0047

Ongegrond Onontvankelijk KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur Voorlopige maatregel Tucht Geen beslissing directeur Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - UITVOERING - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - FEITELIJK HANDELEN

Over de eerste naaktfouille: de directie haalde als individuele aanwijzing aan dat klager onder invloed leek: hij stond wankel op zijn benen en kon verbaal niet meer goed communiceren. De klachtencommissie acht de individuele aanwijzing voldoende geconcretiseerd. In de bestreden beslissing wordt ook gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om het bezit van andere voorwerpen of substanties te achterhalen. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 juncto artikel 8 van de Basiswet. De klacht is ongegrond.

Over de tweede naaktfouille: de directie haalde als individuele aanwijzing aan dat klager, op het moment dat men de cel betrad met het oog op de overbrenging naar de beveiligde cel, iets in zijn ondergoed tracht weg te stoppen. De klachtencommissie acht de individuele aanwijzing voldoende geconcretiseerd. In de bestreden beslissing wordt ook gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om het bezit van andere voorwerpen of substanties te achterhalen. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 juncto artikel 8 van de Basiswet. De klacht is ongegrond.

Over de uitvoering van de naaktfouille: de klachtencommissie wenste klager te horen op de zitting van 22/06/2026 teneinde meer informatie over de uitvoering van de fouillering op het lichaam te bekomen. Klager wenste echter niet te verschijnen. De klachtencommissie ziet in het voorliggend dossier onvoldoende redenen om aan te nemen dat de procedure t.a.v. klager niet correct gevolgd werd. De klacht over de uitvoering van de naaktfouille is ongegrond.

Over de voorlopige maatregel: de motivering van de voorlopige maatregel verwijst naar het gegeven dat klager vermoedelijk onder invloed was en weerspannig en verbaal agressief ten aanzien van het personeel reageerde. De klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel voldoende blijkt waarom de fysieke integriteit van personen bedreigd werd. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel in het voorliggend dossier wettig, redelijk en billijk was. De klacht is bijgevolg ongegrond.

Over de uitvoering van de voorlopige maatregel: de klachtencommissie wenste klager te horen op de zitting van 22/06/2026 teneinde meer informatie omtrent de uitvoering van de voorlopige maatregel te bekomen. Klager wenste echter niet in persoon te verschijnen. De klachtencommissie ziet in het voorliggend dossier onvoldoende redenen om aan te nemen dat de procedure t.a.v. klager niet correct gevolgd werd. De klacht over de uitvoering van de voorlopige maatregel is ongegrond.

Over de tuchtbeslissing: de directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° van de Basiswet, het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten in de gevangenis verstoort. De klachtencommissie oordeelt dat deze kwalificaties correct zijn. De kwalificaties werden ook afdoende gemotiveerd. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd. Klager kreeg 20 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat deze sanctie wettelijk en redelijk was. De klacht is bijgevolg ongegrond.