Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0064

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
TUCHT - VOORWERPEN - KWALIFICATIE

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. De aanleiding voor de tuchtrechtelijke veroordeling blijken de vaststellingen gedaan tijdens een kledijcontrole in de cel van klager. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat klager enkel gesanctioneerd is voor de medicatie die op zijn cel werd gevonden en dus niet voor de vape en de sigaret die in zijn cel werden gevonden. De klachtencommissie stelt verder vast dat de vaststellingen zoals opgenomen in het RAD helder zijn en dat klager deze in se ook niet betwist. Klager is echter van oordeel dat hij de gevonden medicatie conform het huishoudelijk reglement op cel mocht hebben en hij het huishoudelijk reglement bijgevolg dus niet heeft geschonden terwijl de directie daar anders over denkt.
In het huishoudelijk reglement is bepaald dat het gedetineerden is toegelaten om voorwerpen die deel uitmaken van het dagelijkse leven van de gedetineerde in de verblijfruimte te hebben. Medicatie valt daaronder, weliswaar onder de volgende voorwaarden:
- De medicatie die de gedetineerde ontvangen heeft overeenkomstig de procedure zelfmedicatie.
Uit Collectieve Brief nr. 144 van 1 oktober 2018 blijkt dat aan de gedetineerde ook het recht toekomt vrij te beslissen over het gebruik van het geneesmiddel paracetamol 500 mg, dat extra muros vrij wordt afgeleverd en dat verlichting kan bieden bij pijn en koorts. Er mogen maximum zes tabletten van 500 mg worden afgegeven.
Uit het RAD blijkt dat klager in het bezit was van vijf tabletten. Klager mocht deze medicatie bijgevolg rechtmatig op zijn cel hebben.
- De voorgeschreven medicatie: medicijnen die dagelijks aan de gedetineerde worden verstrekt en die niet werden ingenomen, moeten in de (blister)verpakking/plastic verpakking gelaten worden en worden afgegeven aan de PBA. De geneesmiddelen die rechtstreeks door de arts zelf aan de gedetineerde worden gegeven, kunnen gedurende de behandeling op cel worden bewaard. Het overschot van de behandeling moet worden teruggegeven aan de PBA, evenals de geneesmiddelen die niet meer nodig zijn voor de huidige behandeling.
Uit de lijst van medicatie die de advocaat van klager aan de klachtencommissie heeft bezorgd, blijkt dat op het moment van het RAD de volgende behandelingen actief waren:

• Bisopropol, 1 pil in de ochtend en 1 pil in de avond
• Coversyl, 1 pil in de ochtend
• Lixiana 30 mg, 1 pil in de ochtend

Klager heeft tijdens de zitting van de klachtencommissie verklaard dat hij zijn medicatie iedere dag krijgt via de medicatiebedeling. De klachtencommissie stelt vast dat dit conform de procedure is zoals voorzien in Ministeriële Omzendbrief nr. 1796 van 27.03.2007. Op het moment van de kledijcontrole had men dus slechts één pil Bisopropol mogen vinden, namelijk de pil die klager 's avonds moest innemen conform zijn medicatieplan. Hij zou die ochtend normaalgezien al één pil Bisopropol, één pil Coversyl en één pil Lixiana hebben moeten innemen. Men heeft echter negen pillen Burinex gevonden, zes resterende pillen Bisopropol en één gele ronde pil van 60 mg die volgens de lijst van medicatie Lixiana was. Volgens de lijst van medicatie was de behandeling met Burinex en Lixiana 60 mg al afgerond in oktober 2024 waardoor de klachtencommissie besluit dat deze pillen niet langer behoorden tot de voorgeschreven medicatie van klager. Daarenboven had klager de resterende zes pillen Bisopropol, die hem dagelijks wordt verstrekt, en die hij dus niet had ingenomen, conform het huishoudelijk reglement moeten afgeven aan het bewakend personeel. Dit blijkt hij niet te hebben gedaan.
De klachtencommissie besluit dat het conform het huishoudelijk reglement niet toegelaten was dat klager de Burinex, de zes pillen Bisopropol en de pil Lixiana 60 mg op zijn cel had liggen. De directie heeft de tuchtinbreuk bijgevolg terecht bewezen verklaard in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van drie dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie mag er maximaal vijftien dagen ATV opgelegd worden. De tuchtsanctie was dus niet onwettig. De klachtencommissie meent dat de sanctie bovendien redelijk en billijk was. Om deze reden is de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.

Hoewel klager niet werd gesanctioneerd voor het bezit van de vape die tijdens de kledijcontrole werd gevonden, blijkt uit het tuchtdossier en het verweer van de directie dat deze vape wel werd afgenomen samen met de gevonden medicatie en dat de vape op naam van klager in bewaring werd genomen. Volgens klager werd de vape onterecht afgenomen omdat hij vroeger vier vapes heeft aangekocht via de kantine en hij er nog één over had. Conform het huishoudelijk reglement zijn de voorwerpen die deel uitmaken van het dagelijkse leven van de gedetineerde en die in de kantine werden aangekocht toegelaten in de cel. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verweer van de directie en het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat de directie niet betwist dat de vape inderdaad in het verleden in de gevangenis kan zijn aangekocht. Volgens de directie was de vape echter “nationaal verboden.” De klachtencommissie meent dat de directie hiermee de communicatie van het DG EPI van 29.01.2025 bedoelt. Uit deze communicatie blijkt duidelijk dat door het algemeen geldende verbod in België ook in de gevangenissen een algemeen verbod geldt op wegwerp e-sigaretten en dit uit veiligheids- en gezondheidsredenen. Hoewel dit nog niet is opgenomen in het huishoudelijk reglement van de gevangenis, meent de klachtencommissie dat de directie hogere, nieuwe regelgeving heeft toegepast waardoor de inbewaringneming van de vape niet onwettig was. Het feit dat klager de vape voordien in dezelfde inrichting heeft kunnen aankopen, doet hier geen afbreuk aan. De gevangenisdirectie is immers verplicht om wetgeving, die doorheen de tijd kan evolueren en veranderen, toe te passen binnen de penitentiaire inrichting. De beslissing tot het in bewaring nemen van de ondertussen verboden vape is ook niet onredelijk of onbillijk. Om deze reden is de klacht ongegrond.