Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0073

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING - SANCTIE

In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Ter tuchtzitting erkent klager dat er al enkele keren gevraagd was om de ruimte te verlaten. Hij was zelf nog in handdoek en zich aan het afdrogen en hij moest zich ook nog omkleden. De beambte deed de deur open en een medegedetineerde kreeg die tegen zijn gezicht. Klager meent gedaan te hebben wat hij altijd doet en snapt dan ook niet waarom hij een RAD kreeg. In zijn klacht stelt klager enkel dat hij ten onrechte bij het RAD betrokken werd aangezien hij geen rol speelde in het conflict tussen de gedetineerden in de douche en de beambte. Voor zover klager met het ‘conflict’ doelt op hetgeen hij zelf ter tuchtzitting aanhaalde, namelijk dat de beambte de deur opendeed tegen het gezicht van een medegedetineerde, waarop er een discussie ontstond, stelt de klachtencommissie vast dat dat niet de feiten zijn waarvoor klager gesanctioneerd werd. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. Integendeel, klager erkende dat er, zoals in het RAD vermeld staat, al enkele keren gevraagd was om de doucheruimte te verlaten. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.

De directie kwalificeerde de feiten als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie meent dat deze kwalificatie correct is en afdoende gemotiveerd werd.

Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg 4 dagen ATV. Een sanctie van 7 dagen ATV die eerder voorwaardelijk werd opgelegd, kwam eveneens in uitvoering. De klachtencommissie oordeelt dat de sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.