Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0113

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Tucht
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.

Klager kreeg in voorliggende zaak een berisping, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan een inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.

De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport aan de directeur. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.

De kwalificatie is een tuchtvergrijp van de tweede categorie. Klager kon voor deze tuchtinbreuk maximaal 15 dagen ATV opleggen. Hij kreeg een berisping wat overkomt als een redelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klacht is bijgevolg ongegrond.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/26-0234 opgestart