Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0139

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Ordemaatregel
ONTSLAG

Uit de eerste observatienota blijkt dat klager een attitudeprobleem heeft, zeer traag werkt, probeert ruzie te stoken tussen de werkers en hen tegen de verantwoordelijke beambten probeert op te zetten. Hoewel in het verleden één op één gesprekken tussen de beambte en klager leken te werken, werd vastgesteld dat klager de laatste weken op de dagen dat de verantwoordelijke beambte niet aanwezig is, de sfeer zo verziekt dat verscheidene collega’s de verantwoordelijke beambte hierover hebben opgebeld of ingelicht. Door het gedrag van klager hebben andere werkers te kennen gegeven dat ze willen muteren van werk. Uit deze observatienota blijkt dat de verantwoordelijke beambte voor de personeelskeuken ook feedback gevraagd heeft aan de vervangende collega’s en nogmaals met klager in gesprek is gegaan. Bovendien blijkt duidelijk dat klager ook verwittigd werd en op rapport geroepen werd door de directeur met een waarschuwing.

Nadien werd opnieuw een observatienota opgesteld door de toezichthoudende beambte over het gedrag van klager tijdens zijn werk. Daaruit blijkt dat niet alleen de beambte zelf problematisch gedrag van klager heeft vastgesteld, namelijk het negeren van instructies van het personeel en het op onrespectvolle wijze tegenspreken van personeel, maar ook zelf meldingen heeft gekregen van andere werkers over het gedrag van klager ten aanzien van vrouwelijk personeel.

De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de ordemaatregel tot ontslag correct heeft genomen en voldoende heeft gemotiveerd. Klager werd op 09/04/2026 bovendien gewaarschuwd door de directeur en ook herhaaldelijk op zijn gedrag aangesproken door de verantwoordelijke beambte. Deze beslissing is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.