Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0147

Gegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Andere beslissing directeur
VOORWERPEN - VRIJE TIJD - MOTIVERING

Klager heeft een klacht ingediend omdat hij zijn Playstation II niet op cel krijgt. Conform Collectieve Brief nr. 113 is een Playstation een toegelaten voorwerp aangezien dit valt onder computerspelapparatuur tenzij het toestel connectie kan maken met een extern netwerk. Op basis van de inventaris van in bewaring genomen voorwerpen blijkt dit de reden te zijn waarom klager het toestel niet op cel mag hebben. Er zou immers sprake zijn van een internetaansluiting. In het verweer van de directie wordt hier nochtans geen melding over gemaakt. Klager betwist ook dat het toestel verbinding kan maken met het internet. Volgens zijn advocaat werd het toestel op dit vlak ook niet onderzocht. De klachtencommissie is in ieder geval niet op de hoogte of dit aspect werd gecontroleerd door het personeel, laat staan dat dit is aangetoond aan de hand van fotomateriaal.

Overigens lijkt het toestel toch niet om die reden te worden geweigerd aangezien klager van de directie een andere reden vernam toen hij over de weigering in dialoog wou. De directie vereiste van klager immers een aankoopbewijs van het toestel vooraleer zij kon toelaten dat klager het toestel op cel mocht hebben. De klachtencommissie verwijst in dit verband naar Ministeriële Omzendbrief nr. 1738 over het gebruik van een Playstation II in de gevangenis. In deze ministeriële omzendbrief wordt beschreven dat gedetineerden gebruik kunnen maken van een Playstation II op cel voor zover zij aan bepaalde voorwaarden voldoen. Eén van de voorwaarden is dat het dient te gaan om een Playstation II die via de gevangenis wordt aangekocht of ter beschikking wordt gesteld. Klager verklaart dat hij het toestel in 2013 heeft aangekocht in de gevangenis van Hasselt. Gelet op het tijdsverloop en zijn tussentijdse invrijheidstelling beschikt klager niet meer over een aankoopbewijs. Overigens verklaart klager het toestel toen aangekocht te hebben samen met een radiospeler waarvan hij ook geen aankoopbewijs meer heeft maar dat toestel mag klager van de directie wel op cel hebben. Dat de directie een aankoopbewijs van de Playstation vereist terwijl zij van de gevangenis van Leuven Hulp zou hebben vernomen dat de Playstation werd binnengebracht nadat de inboedel uit klager zijn woonst werd leeggehaald, vindt de klachtencommissie opvallend omdat in die hypothese toch mag verondersteld worden dat de inboedel van klager zijn bezit is. Klager weerlegt dit verweer van de directie overigens en stelt dat de Playstation niet in bewaring bleef maar dat hij deze wel op cel mocht hebben in de gevangenis van Leuven Hulp.

Tot slot zou de directie de vraag tot vrijgave een laatste keer hebben geweigerd omdat ze volgens klager van de gevangenis van Hasselt had vernomen dat klager de Playstation niet had aangekocht via de kantine maar had laten binnenbrengen via de post of het bezoek. Hoewel deze weigeringsgrond niet blijkt uit het verweer van de directie, meent de klachtencommissie dat deze weigeringsgrond niet terecht is indien klager wel toegelaten was om het toestel op cel te hebben in de gevangenis van Hasselt.

De klachtencommissie concludeert dat de Playstation II van klager initieel werd geweigerd omdat deze een internetaansluiting zou hebben hetgeen volgens de klachtencommissie echter niet is aangetoond. Daarenboven is van deze weigeringsgrond geen sprake meer in het verweer van de directie en wordt daarin vermeld dat het toestel van buiten, namelijk uit het appartement van klager, werd binnengebracht in de gevangenis van Leuven Hulp en dat klager het toestel niet in zijn bezit krijgt zonder een aankoopbewijs voor te leggen. Niet alleen weerlegt klager deze stelling aangezien hij in Leuven Hulp het toestel op cel mocht hebben, bovendien acht de klachtencommissie het onredelijk en onbillijk dat van klager verwacht wordt dat hij een aankoopbewijs van 2013 voorlegt terwijl hij intussen al meerdere malen is overgeplaatst en zelfs in vrijheid werd gesteld. De klachtencommissie meent dat de directie dit aankoopbewijs had kunnen opvragen bij de gevangenis van Hasselt op het moment dat zij zich heeft gericht tot de gevangenis van Hasselt in verband met het toestel van klager. De klachtencommissie besluit dat onvoldoende is aangetoond dat het Playstation II-toestel van klager een niet-toegelaten voorwerp is waardoor de in bewaring neming terecht is. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing waarbij de Playstation II niet op de cel van klager wordt toegelaten. De klachtencommissie draagt de directie op om binnen één maand na de betekening van deze beslissing aan de directie de Playstation II ter beschikking te stellen van klager.