Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0175

Ongegrond KC - Leuven Centraal Klachtencommissie Tucht
TUCHT

De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager tegenover de directie heeft verklaard dat hij het rapport volledig betwiste. Volgens klager komt de medegedetineerde in kwestie vaak bij hem over de vloer. Op dat moment waren ze samen de afwas aan het doen en hij had een bord van klager gebroken. Ze waren daarover aan het zeveren en dat was op een redelijk luide manier. Het was echter heel luchtig en de medegedetineerde is ook lachend vertrokken. Hetgeen de beambte had gezien klopte volgens klager, maar het was niet agressief bedoeld. Klager is het afgelopen jaar geen enkele keer agressief geweest. Als hij agressief was geweest, had de beambte ook alarm gedrukt. De medegedetineerde zou ook aan de kwartierchef hebben benadrukt dat het om te lachen was en hij zou ook een bericht hebben gestuurd naar de directie via Telio. Klager begrijpt dat het verkeerd kon overkomen maar hij had zeker geen verkeerde intenties.

De klachtencommissie stelt vast dat klager de vaststellingen in het RAD in se niet betwist. Hij ontkent immers niet dat er een discussie met verheven stem gaande was tussen hem en een bevriende medegedetineerde en dat hij zijn voorhoofd tegen het voorhoofd van zijn vriend duwde. Volgens klager was dit echter om te zeveren en werd de discussie dus in scène gezet. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de directie ook geloof hecht aan deze verklaring. Zij is echter van oordeel dat dergelijk gedrag niet getolereerd kan worden. De klachtencommissie is het daar mee eens. Het inrichtingshoofd en het onder zijn leiding en gezag staand personeel dragen de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de orde en de veiligheid. De gedetineerde heeft tot plicht er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere personen de orde en de veiligheid niet in gevaar brengt of verstoort. De orde wordt in de Basiswet omschreven als een toestand waarin de gedragsregels worden nageleefd die noodzakelijk zijn voor het tot stand brengen of het handhaven van een menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis. Nepdiscussies en geënsceneerde gevechten vallen daar niet onder en klager had moeten weten dat dergelijk gedrag risicovol was. De directeur legde een algemene voorwaardelijke tuchtsanctie op in de vorm van drie dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig en gelet op het voorwaardelijke karakter redelijk en billijk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.