KC17/23-0048
Gegrond
KC - Leuven Hulp
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ARBEID
In het schriftelijk verweer van de directie wordt de ontvankelijkheid betwist omwille van het feit dat het toewijzen van arbeid geen beslissing van de directeur zou uitmaken. De klachtencommissie volgt dit argument niet.
Uit de toelichting op zitting en schriftelijk antwoord van de directie blijkt onmiskenbaar dat de directie de beslissing neemt op basis van de feedback van het functiegesprek en bespreking op het directieteam.
Deze beslissing zou meegedeeld worden na het beëindigen van de selectieprocedure. De selectieprocedure loopt momenteel nog.
De klachtencommissie is van oordeel dat nu al voldoende blijkt dat de directie niet overweegt om klager de functie te geven in de bibliotheek. De directeur antwoordde “Het heeft echter weinig zin om een gedetineerde aan te stellen met een proefperiode wanneer op voorhand uit een selectiegesprek al gebleken is dat hij in feite niet voldoet aan het vooropgestelde functieprofiel.”
De klacht is ontvankelijk.
De Basiswet vereist dat alle beslissingen die in het kader van de Basiswet worden genomen met redenen omkleed zijn. De motivering van een beslissing moet zowel in rechte als in feite gebeuren, voldoende duidelijk zijn en betrokkene in staat stellen om de reden van de weigering te begrijpen.
De klachtencommissie herinnert eraan dat de materiële motiveringsplicht inhoudt dat een bestuurshandeling moet steunen op motieven die niet alleen in rechte aanvaardbaar zijn, doch ook waarvan het feitelijk bestaan naar behoren bewezen is.
Dit beginsel van behoorlijk bestuur betekent concreet dat de motieven gecontroleerd moeten kunnen worden. Voor een discretionaire bevoegdheid van de directeur impliceert dit dat de motiveringsverplichting net strenger is.
De klachtencommissie kan in dit dossier na kennisname van alle elementen niet afleiden welke concrete motieven daadwerkelijk de doorslag geven om klager uiteindelijk niet in overweging te nemen voor de functie in de bibliotheek. Ook een korte proefperiode wordt niet opportuun geacht.
De klacht is gegrond.
In het schriftelijk verweer van de directie wordt de ontvankelijkheid betwist omwille van het feit dat het toewijzen van arbeid geen beslissing van de directeur zou uitmaken. De klachtencommissie volgt dit argument niet.
Uit de toelichting op zitting en schriftelijk antwoord van de directie blijkt onmiskenbaar dat de directie de beslissing neemt op basis van de feedback van het functiegesprek en bespreking op het directieteam.
Deze beslissing zou meegedeeld worden na het beëindigen van de selectieprocedure. De selectieprocedure loopt momenteel nog.
De klachtencommissie is van oordeel dat nu al voldoende blijkt dat de directie niet overweegt om klager de functie te geven in de bibliotheek. De directeur antwoordde “Het heeft echter weinig zin om een gedetineerde aan te stellen met een proefperiode wanneer op voorhand uit een selectiegesprek al gebleken is dat hij in feite niet voldoet aan het vooropgestelde functieprofiel.”
De klacht is ontvankelijk.
De Basiswet vereist dat alle beslissingen die in het kader van de Basiswet worden genomen met redenen omkleed zijn. De motivering van een beslissing moet zowel in rechte als in feite gebeuren, voldoende duidelijk zijn en betrokkene in staat stellen om de reden van de weigering te begrijpen.
De klachtencommissie herinnert eraan dat de materiële motiveringsplicht inhoudt dat een bestuurshandeling moet steunen op motieven die niet alleen in rechte aanvaardbaar zijn, doch ook waarvan het feitelijk bestaan naar behoren bewezen is.
Dit beginsel van behoorlijk bestuur betekent concreet dat de motieven gecontroleerd moeten kunnen worden. Voor een discretionaire bevoegdheid van de directeur impliceert dit dat de motiveringsverplichting net strenger is.
De klachtencommissie kan in dit dossier na kennisname van alle elementen niet afleiden welke concrete motieven daadwerkelijk de doorslag geven om klager uiteindelijk niet in overweging te nemen voor de functie in de bibliotheek. Ook een korte proefperiode wordt niet opportuun geacht.
De klacht is gegrond.