Ga verder naar de inhoud

KC17/24-0044

Ongegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Tucht
TUCHT

De klachtencommissie merkt op dat klager de feiten niet ontkent. Op de tuchtrechtelijk hoorzitting geeft hij weliswaar een omkadering aan zijn gedrag, namelijk dat hij geprovoceerd werd, maar geeft hij ook toe zijn medegedetineerde (terug)geslagen te hebben. Hij verklaart zelfs dat hij vermoedt dat zijn hand hierdoor gebroken was. De klachtencommissie meent dat de directie de feiten redelijkerwijze als bewezen kon beschouwen.

Ze meent ook dat de directie de feiten redelijkerwijze als tuchtinbreuken kon beschouwen. De directie geeft in haar tuchtbeslissing namelijk aan dat zij klager tuchtrechtelijk sanctioneert, niet omdat hij zichzelf verdedigd heeft, maar omdat zijn gedrag “buiten alle proporties” was. Hij heeft “zodanig hard [geslagen] dat hij zichzelf gekwetst heeft aan zijn hand”.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/24-0423 opgestart