Ga verder naar de inhoud

KC17/25-0010

Ongegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM

Klager dient klacht in tegen een fouillering op het lichaam. Hij verklaart dat er geen reden was om over te gaan tot de fouillering. De detector heeft geen signaal gegeven en klager zou niets hebben ogenomen/opgeraapt tijdens de wandeling. Wat gevonden werd, lag op de grond en zou niet van hem zijn. Klager vraagt om de camerabeelden te bekijken.

De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Uit het RAD blijkt immers dat klager geïdentificeerd werd door twee beambten als degene die het gegooide voorwerp in ontvangst nam. De klachtencommissie stelt vast dat het RAD voldoende duidelijk is opgesteld. Uit het verweer van de directie blijkt dat zij geen reden zag om nog bijkomend camerabeelden te bekijken omdat het RAD voldoende gedetailleerd en duidelijk is. De klachtencommissie stelt vast dat deze beslissing niet onredelijk of onbillijk is.

De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden: “Aangezien de omvang of het volume van die voorwerpen of substanties zo klein kunnen zijn, bestaat de kans dat deze verstopt worden in het ondergoed of op het lichaam.”

De klacht is om deze reden niet gegrond.