Ga verder naar de inhoud

KC17/25-0019

Gegrond Onontvankelijk KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Voorlopige maatregel Geen beslissing directeur Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - GEZONDHEID

Klager klaagt aan dat hij geen motivering voor de naaktfouille heeft ontvangen en dat hij bovendien niets heeft gedaan. De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing, samen gelezen met het rapport aan de directeur (RAD), de individuele aanwijzingen bevat waarom de directie het vermoeden had dat klager in het bezit was van gevaarlijke voorwerpen. De klachtencommissie stelt weliswaar vast dat in de beslissing niet gemotiveerd werd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om na te gaan of klager in het bezit was van gevaarlijke voorwerpen. In de Basiswet is bovendien bepaald dat de directeur zijn beslissing tot het opleggen van een naaktfouille schriftelijk aan de gedetineerde bezorgt, uiterlijk 24u nadat de fouillering heeft plaatsgevonden. Uit de bestreden beslissing blijkt niet wanneer de naaktfouille werd uitgevoerd, noch wanneer de beslissing werd betekend aan klager. Deze gegevens werden blanco gelaten. Klager verklaart dat hij geen motivering voor de naaktfouille heeft ontvangen. De directie verklaart in haar verweer dat zij niet kan uitsluiten of en wanneer klager een kopie van de beslissing heeft gekregen. Gelet op de schending van een bepaling uit de Basiswet, is de klacht tegen de naaktfouille gegrond.

De klachtencommissie stelt vast dat klager op zijn eerste klachtenformulier de categorie ordemaatregel heeft aangekruist; De directie verklaarde in haar verweer dat er geen ordemaatregel werd opgelegd. Uit zijn ander klachtenformulier blijkt echter dat klager werd ondergebracht in de beveiligde cel. De klachtencommissie is van oordeel dat klager deze beslissing bedoelde met ordemaatregel. De klachtencommissie stelt vast dat de voorlopige maatregel werd ondertekend doch de identiteit van de ondertekenaar is onbekend. Ook uit het RAD en het registratieformulier: plaatsing op strafcel blijkt niet de voorafgaandelijke tussenkomst van een directielid. De klachtencommissie besluit dat de klacht gericht is tegen het verzuim van de directie om een beslissing te nemen hoewel op de directie de verplichting rustte tot het nemen van een beslissing op grond van artikel 145 van de Basiswet. De voorlopige maatregel werd opgelegd in strijd met artikel 145 van de Basiswet. Om deze reden is deze klacht ook ontvankelijk en gegrond.

Klager verklaart dat hij migraineaanvallen had en hij was van oordeel dat hij met een ziekenwagen diende te worden overgebracht naar het ziekenhuis. Dit is niet gebeurd en hiertegen dient hij klacht in. De klachtencommissie is van oordeel dat de inschatting of een ziekenwagen noodzakelijk was, diende te gebeuren door de arts en de medische dienst en niet door de directie. Of deze inschatting dus al dan niet correct was, kan de klachtencommissie niet inhoudelijk beoordelen. Bij gebreke aan een beslissing van of namens de directeur, is deze klacht niet-ontvankelijk.