Ga verder naar de inhoud

KC17/25-0066

Ongegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL – TUCHT

Klager heeft een klacht ingediend tegen een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing omdat hij ontkent te hebben gevochten tijdens de wandeling. Klager werd aangevallen.

- Wat betreft de voorlopige maatregel

Uit de bestreden beslissing blijkt dat de directie van oordeel was dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast omwille van de vechtpartij. De klachtencommissie is van oordeel dat uit de vaststellingen zoals weergegeven in het RAD duidelijk blijkt dat klager minstens een bedreiging uitmaakte voor de fysieke integriteit van de medegedetineerde en dat beide gedetineerden uit elkaars buurt dienden gehouden te worden teneinde een nieuw conflict te vermijden.

De klachtencommissie besluit dat de voorlopige maatregel conform de voorwaarden uit de Basiswet werd genomen en gerechtvaardigd was. Om deze redenen is de klacht tegen de voorlopige maatregel ongegrond.

- Wat betreft de tuchtbeslissing

De klachtencommissie is van oordeel dat uit het RAD blijkt dat klager betrokken was bij een vechtpartij. In welke mate hij betrokken was en hoe die vechtpartij was ontstaan, wordt niet vermeld in het RAD. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager tegenover de directie zou hebben verklaard dat het incident begonnen was omdat de medegedetineerde klager verbaal begon te bedreigen en uit te schelen in het Arabisch. De medegedetineerde kwam vervolgens naar klager toe en gaf hem de eerste vuistslag. Klager zou hier aanvankelijk niet op hebben gereageerd maar de situatie is uiteindelijk geëscaleerd en beiden hebben elkaar vuistslagen toebedeeld. Bijgevolg heeft klager toegegeven dat hij fysieke agressie heeft gebruikt. De klachtencommissie neemt zijn argument van wettige verdediging niet aan aangezien uit zijn verklaring blijkt dat hij alsnog heeft gekozen om in te gaan op het uitlokkende gedrag van de medegedetineerde in plaats van het conflict te mijden zoals hij eerst deed. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de feiten van fysieke agressie van klager naar een medegedetineerde kon toerekenen aan klager.

Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.