TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING - SANCTIE
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing waarbij hij 5 dagen ATV (3 dagen effectief en 2 dagen voorwaardelijk) kreeg voor het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). Ter tuchtzitting stelt klager dat de gemanipuleerde lader al op de cel aanwezig was. De lange blaadjes heeft hij op de wandeling gekregen. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten (bezit gemanipuleerde lader en lange blaadjes) bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct maar merkt het volgende op inzake de motivering. De directie verwijst naar ‘verboden niet-toegestane voorwerpen’, hetgeen de vermenging van twee door het huishoudelijk reglement onderscheiden categorieën betreft. De lader betreft een ‘verboden voorwerp’. De lange blaadjes betreffen verbruiksgoederen die niet kunnen aangekocht worden in de kantine, en die dus daardoor niet ‘toegelaten’ zijn, waardoor klager ze niet in zijn bezit mag hebben. De klachtencommissie meent dat de vermenging in de motivering van de categorieën ‘verboden’ en ‘niet-toegelaten’ (of zoals de directie zegt: ‘niet-toegestane’) voorwerpen niet van die aard is om te moeten besluiten de nietigheid van de tuchtbeslissing, nu de kwalificatie van het bezit van beide voorwerpen als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) in elk geval correct is.
Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg hiervoor 5 dagen ATV (3 dagen effectief en 2 dagen voorwaardelijk). De klachtencommissie meent dat de sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing waarbij hij 5 dagen ATV (3 dagen effectief en 2 dagen voorwaardelijk) kreeg voor het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). Ter tuchtzitting stelt klager dat de gemanipuleerde lader al op de cel aanwezig was. De lange blaadjes heeft hij op de wandeling gekregen. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten (bezit gemanipuleerde lader en lange blaadjes) bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct maar merkt het volgende op inzake de motivering. De directie verwijst naar ‘verboden niet-toegestane voorwerpen’, hetgeen de vermenging van twee door het huishoudelijk reglement onderscheiden categorieën betreft. De lader betreft een ‘verboden voorwerp’. De lange blaadjes betreffen verbruiksgoederen die niet kunnen aangekocht worden in de kantine, en die dus daardoor niet ‘toegelaten’ zijn, waardoor klager ze niet in zijn bezit mag hebben. De klachtencommissie meent dat de vermenging in de motivering van de categorieën ‘verboden’ en ‘niet-toegelaten’ (of zoals de directie zegt: ‘niet-toegestane’) voorwerpen niet van die aard is om te moeten besluiten de nietigheid van de tuchtbeslissing, nu de kwalificatie van het bezit van beide voorwerpen als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) in elk geval correct is.
Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg hiervoor 5 dagen ATV (3 dagen effectief en 2 dagen voorwaardelijk). De klachtencommissie meent dat de sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.