KC17/26-0001
Ongegrond
KC - Leuven Hulp
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Bijzondere veiligheidsmaatregel
VM - BVM
- Over de voorlopige maatregel
Uit de motivering en de twee rapporten blijkt duidelijk dat klager suïcidale gedachten had en in de prikkelarme cel zowel de inboedel heeft vernield, alsook zichzelf heeft proberen te verwonden. Hij maakte immers snijbewegingen naar zijn keel toe met een afgebroken stuk hout van het bed. De rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie, waarnaar op het tweede klachtenformulier wordt verwezen, bevestigt volgens de klachtencommissie het feit dat er wel degelijk sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. Er was immers een vrees voor de aantasting van de fysieke integriteit van personen, namelijk van klager zelf én van de integriteit van goederen, namelijk het meubilair op de beveiligde cel. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot plaatsing van klager in de strafcel wettig was. Gelet op de feiten was de plaatsing van klager in de strafcel cel ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing werd voldoende gemotiveerd.
De voorlopige maatregel werd, in tegenstelling tot wat gesteld wordt op het tweede klachtenformulier, niet genomen met het oog op de onmiddellijke bestraffing. Het doel van de plaatsing op de strafcel was immers de veiligheid van klager zelf vrijwaren.
- Over de bijzondere veiligheidsmaatregel
Op basis van deze aanwijzingen kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie wel degelijk besluiten dat er een gevaar voor de fysieke veiligheid van klager bestond gelet op de suïcidale gedachten en uiterlijke tekenen. De BVM ten aanzien van klager was dan ook gerechtvaardigd. Voor de klachtencommissie is het duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet met een repressief of bestraffend oogmerk gehandeld heeft. De BVM werd wel degelijk genomen vanuit veiligheidsoverwegingen. Bovendien is de BVM proportioneel en erop gericht om het concrete risico te verhelpen. De beslissing van de directie is niet onwettig of onredelijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.
- Over de voorlopige maatregel
Uit de motivering en de twee rapporten blijkt duidelijk dat klager suïcidale gedachten had en in de prikkelarme cel zowel de inboedel heeft vernield, alsook zichzelf heeft proberen te verwonden. Hij maakte immers snijbewegingen naar zijn keel toe met een afgebroken stuk hout van het bed. De rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie, waarnaar op het tweede klachtenformulier wordt verwezen, bevestigt volgens de klachtencommissie het feit dat er wel degelijk sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. Er was immers een vrees voor de aantasting van de fysieke integriteit van personen, namelijk van klager zelf én van de integriteit van goederen, namelijk het meubilair op de beveiligde cel. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot plaatsing van klager in de strafcel wettig was. Gelet op de feiten was de plaatsing van klager in de strafcel cel ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing werd voldoende gemotiveerd.
De voorlopige maatregel werd, in tegenstelling tot wat gesteld wordt op het tweede klachtenformulier, niet genomen met het oog op de onmiddellijke bestraffing. Het doel van de plaatsing op de strafcel was immers de veiligheid van klager zelf vrijwaren.
- Over de bijzondere veiligheidsmaatregel
Op basis van deze aanwijzingen kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie wel degelijk besluiten dat er een gevaar voor de fysieke veiligheid van klager bestond gelet op de suïcidale gedachten en uiterlijke tekenen. De BVM ten aanzien van klager was dan ook gerechtvaardigd. Voor de klachtencommissie is het duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet met een repressief of bestraffend oogmerk gehandeld heeft. De BVM werd wel degelijk genomen vanuit veiligheidsoverwegingen. Bovendien is de BVM proportioneel en erop gericht om het concrete risico te verhelpen. De beslissing van de directie is niet onwettig of onredelijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.