Ga verder naar de inhoud

KC17/26-0007

Gegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Tucht
TUCHT - BEVOEGDHEID

Klager heeft een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing omdat hij niet heeft gedaan wat ze beweren. Men zegt dat hij zijn handboeien heeft uitgedaan hetgeen niet klopt.

De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de orde. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager tegenover de directie heeft verklaard dat de beschuldigingen niet kloppen. Er waren twee transporten en de feiten zijn gebeurd in transport 1. Klager zat in transport 2. Ze hebben zich dus vergist van persoon. De advocaat van klager heeft aan de directie gevraagd om dit na te gaan. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de gevangenisdirectie zich bij het bewezen verklaren van de feiten heeft gebaseerd op de vaststellingen in het RAD opgesteld door een beambte alsook op een e-mail van de eerste hoofdinspecteur van de politie, gericht aan de gevangenis. De klachtencommissie is van oordeel dat de vaststellingen van de politie zorgvuldig werden opgesteld en dat er op basis van deze vaststellingen geen twijfel bestaat dat klager deze feiten heeft gepleegd en niet iemand anders aangezien hij uitdrukkelijk bij naam wordt genoemd door de politie. Overigens blijkt uit de e-mail van de politie niet dat er twee transporten waren. De klachtencommissie stelt verder vast dat het RAD deze vaststellingen niet tegenspreekt. De klachtencommissie meent dat de omschrijving van het gedrag van klager, gekwalificeerd kan worden als de aantasting van de orde aangezien roepen, stampen en beledigingen uiten niet bijdragen tot het handhaven van een menswaardig samenlevingsklimaat. De klachtencommissie merkt evenwel op dat klager enkel gesanctioneerd kan worden voor het gedrag dat hij heeft gesteld op het moment dat hij terug aanwezig was in de gevangenis en opnieuw onder het gezag stond van de penitentiaire administratie. Voor het roepen en stampen en het ontdoen van de handboeien tijdens het transport van de rechtbank naar de gevangenis door de politie, kon hij op grond van de Basiswet niet tuchtrechtelijk worden gesanctioneerd. Om die reden is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens het losmaken van zijn handboeien en het opstandig gedrag tijdens de overbrenging naar de gevangenis door de politie. Voor het overige, namelijk de opzettelijke aantasting van de orde in de gevangenis blijft de tuchtbeslissing bestaan. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van tien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegelaten maximumsanctie dertig dagen ATV. De opgelegde tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk was.