Ga verder naar de inhoud

KC17/26-0025

Ongegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Bijzondere veiligheidsmaatregel
BVM

De klachtencommissie is van oordeel dat de directie op basis van twee rapporten wel degelijk kon besluiten dat er een gevaar voor de orde en veiligheid bestond. Hoewel klager in zijn klacht stelt dat hij nooit de uitspraak ten aanzien van de fatik heeft gedaan, is de klachtencommissie van oordeel dat het RAD voldoende duidelijk werd opgesteld en ook een andere beambte getuige was van deze feiten. De directie mag in de motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Voor de klachtencommissie is het duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet met een repressief of bestraffend oogmerk gehandeld heeft, maar zijn gezondheidstoestand met aandacht wilde opvolgen en overprikkeling wilde vermijden. De BVM ten aanzien van klager was dan ook gerechtvaardigd. De BVM werd genomen vanuit veiligheidsoverwegingen. Bovendien is de BVM proportioneel en erop gericht om het concrete risico te verhelpen. De beslissing van de directie is niet onwettig of onredelijk.