Ga verder naar de inhoud

KC17/26-0028

Ongegrond KC - Leuven Hulp Klachtencommissie Andere beslissing directeur
CELMUTATIE

Klager dient klacht in omdat hij na vier maanden op een monocel graag met een bepaalde medegedetineerde op cel zou zitten.

Een gevangenisdirecteur is vrij om te kiezen op welke sectie of cel hij een gedetineerde plaatst. Deze bevoegdheid wordt niet nader geregeld in de wet, waardoor ook de beslissingen die de directeur in dat kader kan nemen niet aan specifieke voorwaarden dienen te voldoen. Het toewijzen van een cel of de overplaatsing naar een andere cel of sectie is met andere woorden een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. Uit het verweer van de directie blijkt dat zij het niet opportuun acht om in te gaan op het verzoek van klager om op een duocel met een bepaalde medegedetineerde te worden geplaatst, en in afwachting zelfs op een matras op de grond wil liggen. De reden hiervoor is dat klager in het verleden heeft aangegeven amoureuze gevoelens te hebben voor diezelfde medegedetineerde. De klachtencommissie is van oordeel dat deze beslissing van de directie niet onredelijk of onbillijk is gelet op het feit dat zij de psychische en fysieke integriteit van de andere geïnterneerde medegedetineerde wil beschermen. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.