TUCHT - BIJSTAND ADVOCAAT
Conform de Basiswet bevat het tuchtdossier bijlage 3 bij Collectieve Brief nr. 124, namelijk de mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure. Uit dit formulier blijkt dat klager in kennis werd gesteld van de opstart van een tuchtprocedure naar aanleiding van de twee RAD’s en dat hij werd uitgenodigd voor de tuchtrechtelijke hoorzitting. Op grond van de Basiswet heeft een gedetineerde het recht zich tijdens de tuchtprocedure te laten bijstaan door een advocaat. Op het formulier werd echter aangeduid dat klager geen beroep wenste te doen op een advocaat. Op de plaats waar klager het formulier diende te ondertekenen voor ontvangst, staat een handtekening. Zodoende besluit de klachtencommissie dat klager expliciet afstand deed van zijn recht op bijstand van een advocaat waardoor de klachtencommissie geen geloof hecht aan de verklaring van klager dat zijn recht op bijstand van een advocaat hem werd ontnomen.
De klachtencommissie stelt verder vast dat over het eerste RAD geen betwisting bestaat. Klager werd bij terugkeer van zijn bezoek in het bezit gevonden van snoep. De klachtencommissie leidt uit het huishoudelijk reglement af dat klager enkel zijn jetons bij zich mocht hebben en dus geen snoepgoed. Wat het tweede RAD betreft, is de klachtencommissie van oordeel dat het RAD zorgvuldig werd opgesteld door de beambte. De beambte heeft de betrokken gedetineerden expliciet bij naam genoemd en uit de vaststellingen blijkt dat de beambte heeft gezien hoe klager de inhoud van het overgegooid pakket heeft verdeeld samen met een andere gedetineerde. Bovendien hebben twee getuigen het RAD ondertekend. In vergelijking met deze heldere vaststellingen, meent de klachtencommissie dat de verklaring van klager ongeloofwaardig is. Transacties tussen gedetineerden zijn verboden op grond van Collectieve Brief nr. 113 van 5 augustus 2011, zoals ook overgenomen in het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven Hulp (p. 10). De klachtencommissie besluit dat de directie de tuchtinbreuk terecht bewezen heeft verklaard in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. Daarnaast heeft de directie conform artikel 143, §4, vierde lid van de Basiswet beslist dat een eerder met uitstel uitgesproken tuchtsanctie van drie dagen ATV geheel ten uitvoer werd gelegd. De klachtencommissie acht dit geen onredelijke sanctie.
Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Conform de Basiswet bevat het tuchtdossier bijlage 3 bij Collectieve Brief nr. 124, namelijk de mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure. Uit dit formulier blijkt dat klager in kennis werd gesteld van de opstart van een tuchtprocedure naar aanleiding van de twee RAD’s en dat hij werd uitgenodigd voor de tuchtrechtelijke hoorzitting. Op grond van de Basiswet heeft een gedetineerde het recht zich tijdens de tuchtprocedure te laten bijstaan door een advocaat. Op het formulier werd echter aangeduid dat klager geen beroep wenste te doen op een advocaat. Op de plaats waar klager het formulier diende te ondertekenen voor ontvangst, staat een handtekening. Zodoende besluit de klachtencommissie dat klager expliciet afstand deed van zijn recht op bijstand van een advocaat waardoor de klachtencommissie geen geloof hecht aan de verklaring van klager dat zijn recht op bijstand van een advocaat hem werd ontnomen.
De klachtencommissie stelt verder vast dat over het eerste RAD geen betwisting bestaat. Klager werd bij terugkeer van zijn bezoek in het bezit gevonden van snoep. De klachtencommissie leidt uit het huishoudelijk reglement af dat klager enkel zijn jetons bij zich mocht hebben en dus geen snoepgoed. Wat het tweede RAD betreft, is de klachtencommissie van oordeel dat het RAD zorgvuldig werd opgesteld door de beambte. De beambte heeft de betrokken gedetineerden expliciet bij naam genoemd en uit de vaststellingen blijkt dat de beambte heeft gezien hoe klager de inhoud van het overgegooid pakket heeft verdeeld samen met een andere gedetineerde. Bovendien hebben twee getuigen het RAD ondertekend. In vergelijking met deze heldere vaststellingen, meent de klachtencommissie dat de verklaring van klager ongeloofwaardig is. Transacties tussen gedetineerden zijn verboden op grond van Collectieve Brief nr. 113 van 5 augustus 2011, zoals ook overgenomen in het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven Hulp (p. 10). De klachtencommissie besluit dat de directie de tuchtinbreuk terecht bewezen heeft verklaard in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. Daarnaast heeft de directie conform artikel 143, §4, vierde lid van de Basiswet beslist dat een eerder met uitstel uitgesproken tuchtsanctie van drie dagen ATV geheel ten uitvoer werd gelegd. De klachtencommissie acht dit geen onredelijke sanctie.
Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.