TUCHT - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG
Met betrekking tot de in het RAD in verband met de betrokkenheid bij de verdeling van een overgegooid pakketje op de wandeling heeft de directeur zich voor het bewijs en de kwalificatie, gebaseerd de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Tevens worden in het RAD twee PBA’s als getuigen vermeld. Klager betwist de feiten, zonder een ernstige verklaring te kunnen geven voor zijn aanwezigheid aan de tafel waar de feiten plaatsvonden. Het RAD beschrijft de verdachte handelingen zeer nauwkeurig en vermeldt de namen van de andere gedetineerden die bij de handeling betrokken waren.
Met betrekking tot de in het RAD in verband met het opsparen van medicatie in de bibliotheek heeft de directeur zich voor het bewijs en de kwalificatie, eveneens gebaseerd de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Klager betwist niet dat hij het bakje met de gordijnhaakjes in de bibliotheek heeft achtergelaten, maar wel dat de in dit bakje aanwezige medicatie (8 pillen paracetamol) aan hem toebehoort. Uit zijn tuchtregister blijkt dat betrokken gekend is voor het opsparen van medicatie.
De rapporten die de penitentiair beambten in de uitoefening van hun functie opstellen, vormen voor de gevangenisdirecteur principieel en bij ontstentenis van tegenindicaties een deugdelijke grondslag om het bestaan en de ernst van de feiten te beoordelen. De Klachtencommissie ziet in deze omstandigheden geen reden tot twijfel aan de feiten die in het RAD zijn uiteengezet. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.
De directeur heeft tot ontslag bij ordemaatregel besloten omdat vertrouwen in klager beschadigd is en verwijst desbetreffende naar de feiten vermeld in het RAD ivm de betrokkenheid bij de verdeling van een overgegooid pakketje op de wandeling en ivm de opgespaarde medicatie aangetroffen in de bibliotheek. Uit het verweer van de directie blijkt dat klager zich ondertussen opnieuw op de wachtlijst heeft laten plaatsen voor het bekomen van werk, waardoor zijn principieel recht om deel te nemen aan de beschikbare arbeid conform artikel 81 van de Basiswet niet is geschonden. De Klachtencommissie dient conform de Basiswet te beoordelen of de beslissing bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk of onbillijk moet worden geacht. De Klachtencommissie ziet geen reden om het redelijk karakter van de beslissing in vraag te stellen. Een voorzichtig en zorgvuldig directeur in dezelfde omstandigheden geplaatst, zou immers tot dezelfde beslissing zijn kunnen komen. Bovendien is er een duidelijk verband tussen de feiten en de genomen beslissing.
De klacht tegen de ordemaatregel is ongegrond.
Met betrekking tot de in het RAD in verband met de betrokkenheid bij de verdeling van een overgegooid pakketje op de wandeling heeft de directeur zich voor het bewijs en de kwalificatie, gebaseerd de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Tevens worden in het RAD twee PBA’s als getuigen vermeld. Klager betwist de feiten, zonder een ernstige verklaring te kunnen geven voor zijn aanwezigheid aan de tafel waar de feiten plaatsvonden. Het RAD beschrijft de verdachte handelingen zeer nauwkeurig en vermeldt de namen van de andere gedetineerden die bij de handeling betrokken waren.
Met betrekking tot de in het RAD in verband met het opsparen van medicatie in de bibliotheek heeft de directeur zich voor het bewijs en de kwalificatie, eveneens gebaseerd de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Klager betwist niet dat hij het bakje met de gordijnhaakjes in de bibliotheek heeft achtergelaten, maar wel dat de in dit bakje aanwezige medicatie (8 pillen paracetamol) aan hem toebehoort. Uit zijn tuchtregister blijkt dat betrokken gekend is voor het opsparen van medicatie.
De rapporten die de penitentiair beambten in de uitoefening van hun functie opstellen, vormen voor de gevangenisdirecteur principieel en bij ontstentenis van tegenindicaties een deugdelijke grondslag om het bestaan en de ernst van de feiten te beoordelen. De Klachtencommissie ziet in deze omstandigheden geen reden tot twijfel aan de feiten die in het RAD zijn uiteengezet. De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.
De directeur heeft tot ontslag bij ordemaatregel besloten omdat vertrouwen in klager beschadigd is en verwijst desbetreffende naar de feiten vermeld in het RAD ivm de betrokkenheid bij de verdeling van een overgegooid pakketje op de wandeling en ivm de opgespaarde medicatie aangetroffen in de bibliotheek. Uit het verweer van de directie blijkt dat klager zich ondertussen opnieuw op de wachtlijst heeft laten plaatsen voor het bekomen van werk, waardoor zijn principieel recht om deel te nemen aan de beschikbare arbeid conform artikel 81 van de Basiswet niet is geschonden. De Klachtencommissie dient conform de Basiswet te beoordelen of de beslissing bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk of onbillijk moet worden geacht. De Klachtencommissie ziet geen reden om het redelijk karakter van de beslissing in vraag te stellen. Een voorzichtig en zorgvuldig directeur in dezelfde omstandigheden geplaatst, zou immers tot dezelfde beslissing zijn kunnen komen. Bovendien is er een duidelijk verband tussen de feiten en de genomen beslissing.
De klacht tegen de ordemaatregel is ongegrond.