Ga verder naar de inhoud

KC20/22-0004

Ongegrond KC - Mechelen Klachtencommissie Tucht
TUCHT - RECHTEN VAN VERDEDIGING - TAAL

Volgens de Basiswet stelt de directie de gedetineerde, in een taal die hij kan verstaan, in kennis van de hem ten laste gelegde feiten en volgens de Collectieve brief nr.124 van 6 september 2013 dient de gedetineerde in staat te zijn om de mondelinge procedure te begrijpen, en moet de klager eveneens begrepen worden. De directie was van oordeel dat zijzelf en de klager de Franse taal voldoende kende om de hoorzitting in het Frans te laten verlopen. Hij werd ook (mondeling) in het frans in kennis gesteld van de hem ten laste gelegde feiten en de tuchtbeslissing. De klachtencommissie heeft tijdens de zitting kunnen vaststellen, vanuit de vertaling Nederlands-Frans en omgekeerd dewelke via een vertrouwenspersoon verliep, dat de klager, dewelke het Albanees als moedertaal heeft, de Franse taal vlot spreekt en begrijpt. Tevens heeft de klager tijdens een eerder tuchtverhoor in de Franse taal geen bezwaar gemaakt tegen de afwezigheid van een tolk.
De klager verklaarde ook dat een PBA hem had geholpen met het opstellen van de klacht tegen de tuchtbeslissing in het Nederlands, vanuit het Frans. De basiswet en de rechten van de verdediging van de klager zijn dan ook niet geschonden door de afwezigheid van zijn raadsman en een tolk tijdens het tuchtverhoor. De klacht is ongegrond.