TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN
Volgens bewering van betrokkene op de hoorzitting heeft de PBA die het verslag opstelde verschillende versies over het gebeurde gegeven daar hij enerzijds stelde dat de sim-kaart in zijn broek was gevonden en anderziids dat ze uit zijn broek zou gevallen zijn. Het zou dus niet duidelijk zijn wat er is gebeurd. Uit de tuchtbeslissing blijkt dat de directie na de tuchtzitting die bewering van klager buiten zijn aanwezigheid is gaan aftoetsen bij de betrokken PBA, hetgeen een inbreuk vormt op artikel 144 ยง5 Basiswet.
Het blijkt echter niet dat die bevraging heeft geleid tot nieuwe informatie aangezien de beambte bij zijn standpunt is gebleven.
Verder valt zelfs in voorkomend geval het verschil niet te zien tussen het vinden van een sim-kaart in de broekzak van, een short en het uit diezelfde short op de vloer vallen van diezelfde sim-kaart. De sim-kaart in kwestie werd op de zitting aan betrokkene getoond.
Net zomin als de directie ziet de klachtencommissie dus enige reden om te twijfelen aan het feit dat de sim-kaart wel degelijk uit de short van betrokken is gekomen. De bewering dat iemand zou proberen om klager iets in de schoenen te schuiven wordt door niets gestaafd.
De directie merkt terecht op dat het bezit van een sim-kaart wijst op de intentie om op ongeoorloofde wijze contact te maken met de buitenwereld. De opgelegde sanctie komt redelijk voor. De klacht is ongegrond.
Volgens bewering van betrokkene op de hoorzitting heeft de PBA die het verslag opstelde verschillende versies over het gebeurde gegeven daar hij enerzijds stelde dat de sim-kaart in zijn broek was gevonden en anderziids dat ze uit zijn broek zou gevallen zijn. Het zou dus niet duidelijk zijn wat er is gebeurd. Uit de tuchtbeslissing blijkt dat de directie na de tuchtzitting die bewering van klager buiten zijn aanwezigheid is gaan aftoetsen bij de betrokken PBA, hetgeen een inbreuk vormt op artikel 144 ยง5 Basiswet.
Het blijkt echter niet dat die bevraging heeft geleid tot nieuwe informatie aangezien de beambte bij zijn standpunt is gebleven.
Verder valt zelfs in voorkomend geval het verschil niet te zien tussen het vinden van een sim-kaart in de broekzak van, een short en het uit diezelfde short op de vloer vallen van diezelfde sim-kaart. De sim-kaart in kwestie werd op de zitting aan betrokkene getoond.
Net zomin als de directie ziet de klachtencommissie dus enige reden om te twijfelen aan het feit dat de sim-kaart wel degelijk uit de short van betrokken is gekomen. De bewering dat iemand zou proberen om klager iets in de schoenen te schuiven wordt door niets gestaafd.
De directie merkt terecht op dat het bezit van een sim-kaart wijst op de intentie om op ongeoorloofde wijze contact te maken met de buitenwereld. De opgelegde sanctie komt redelijk voor. De klacht is ongegrond.