Ga verder naar de inhoud

KC20/22-0031

Ongegrond KC - Mechelen Klachtencommissie Tucht
TUCHT

Uit het RAD blijkt dat klager tijdens de wandeling bij een groepje gedetineerden stond waar een overgegooid pakketje werd doorgegeven. Eerst werd vastgesteld dat een andere gedetineerde het pakketje aan klager gaf. Daarna werd eveneens duidelijk vastgesteld dat klager het verder doorgaf. De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de in het RAD ten laste gelegde feiten, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Tevens wordt in het RAD nog een 2e PBA vermeld die eveneens getuige was van de feiten.
De rapporten die de penitentiaire beambten in de uitoefening van hun functie opstellen, vormen voor de gevangenisdirecteur principieel en bij ontstentenis van tegenindicaties een deugdelijke grondslag om het bestaan en de ernst van de feiten te beoordelen.
Het RAD beschrijft de verdachte handelingen nauwkeurig.
De klager betwist niet dat hij aanwezig was bij het groepje waarin het overgegooide pakketje werd doorgegeven. Maar legt vervolgens tegenstrijdige verklaringen af. De feiten zijn dan ook bewezen op basis van de vaststellingen in het RAD.
De klacht is ongegrond.