KC20/23-0102
Onontvankelijk
KC - Mechelen
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - ZORGPLICHT
Samengevat klaagt klager aan dat de directie hem niet heeft geholpen in verband met de bedreigingen die hij kreeg van zijn celgenoot. In eerste instantie is een louter feitelijk handelen van een medegedetineerde geen beslissing van de directie. Bij gebreke aan een beslissing van de directie, valt de klacht op zichzelf niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. Dat neemt niet weg dat voor zover klager terecht zou aanvoeren dat hij diverse malen een beroep deed op de directie om de bedreigingen te melden, maar dat de directie hem nooit hoorde – en dus evenmin overwoog een maatregel te nemen om te voorkomen dat klager het slachtoffer zou worden van agressie, bijvoorbeeld door klager over te plaatsen naar een andere cel of andere vleugel van de gevangenis waar hij niet met zijn celgenoot zou geconfronteerd worden -, in voorkomend geval sprake kan zijn van een verzuim van de directie om binnen een redelijke termijn een beslissing te nemen waartoe de directie gehouden was met het oog op de uitvoering van de vrijheidsstraf in psychosociale, fysieke en materiële omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen.
De klachtencommissie kreeg van het klachtenbureau de bijkomende info dat de directie klager heeft gehoord, na de indiening van het verweer van de directie. Op de vraag of klager de directie reeds had aangeschreven voor de indiening van zijn klacht, kon het klachtenbureau geen antwoord geven aangezien rapportbriefjes niet worden bijgehouden. Aan klager kan deze vraag niet meer worden gesteld aangezien hij intussen werd vrijgelaten met het bevel om het grondgebied te verlaten zonder dat de klachtencommissie beschikt over een adres waarop klager kan bereikt worden. De klachtencommissie besluit hieruit dat niet vaststaat dat de directie voor de indiening van de klacht op de hoogte was van de bezorgdheden van klager. Bijgevolg kan aan de directie niet verweten worden geen maatregelen te hebben genomen. De klacht is onontvankelijk.
Samengevat klaagt klager aan dat de directie hem niet heeft geholpen in verband met de bedreigingen die hij kreeg van zijn celgenoot. In eerste instantie is een louter feitelijk handelen van een medegedetineerde geen beslissing van de directie. Bij gebreke aan een beslissing van de directie, valt de klacht op zichzelf niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. Dat neemt niet weg dat voor zover klager terecht zou aanvoeren dat hij diverse malen een beroep deed op de directie om de bedreigingen te melden, maar dat de directie hem nooit hoorde – en dus evenmin overwoog een maatregel te nemen om te voorkomen dat klager het slachtoffer zou worden van agressie, bijvoorbeeld door klager over te plaatsen naar een andere cel of andere vleugel van de gevangenis waar hij niet met zijn celgenoot zou geconfronteerd worden -, in voorkomend geval sprake kan zijn van een verzuim van de directie om binnen een redelijke termijn een beslissing te nemen waartoe de directie gehouden was met het oog op de uitvoering van de vrijheidsstraf in psychosociale, fysieke en materiële omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen.
De klachtencommissie kreeg van het klachtenbureau de bijkomende info dat de directie klager heeft gehoord, na de indiening van het verweer van de directie. Op de vraag of klager de directie reeds had aangeschreven voor de indiening van zijn klacht, kon het klachtenbureau geen antwoord geven aangezien rapportbriefjes niet worden bijgehouden. Aan klager kan deze vraag niet meer worden gesteld aangezien hij intussen werd vrijgelaten met het bevel om het grondgebied te verlaten zonder dat de klachtencommissie beschikt over een adres waarop klager kan bereikt worden. De klachtencommissie besluit hieruit dat niet vaststaat dat de directie voor de indiening van de klacht op de hoogte was van de bezorgdheden van klager. Bijgevolg kan aan de directie niet verweten worden geen maatregelen te hebben genomen. De klacht is onontvankelijk.