Ga verder naar de inhoud

KC20/24-0036

Ongegrond Gegrond Onontvankelijk KC - Mechelen Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
TUCHT - BEZOEK - TEGEMOETKOMING

De klacht betreft
- de vroegtijdige beëindiging van klagers ongestoord bezoek in de gevangenis van Mechelen;
- de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Mechelen;
- het annuleren van klagers bezoek met zijn ouders in de gevangenis van Mechelen;
- de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Mechelen.

1. De vroegtijdige beëindiging van klagers ongestoord bezoek
Klager schrijft in zijn klacht dat zijn ongestoord bezoek 30 minuten eerder werd afgerond en dat hij daarna nog 30 minuten moest wachten in de wachtruimte.
De directie zet in haar verweer de situatie verder uiteen. Het ongestoord bezoek zou een halfuur vroeger gestart en gestopt zijn om organisatorische redenen.
Het ongestoord bezoek van klager ging dus een halfuur vroeger van start en werd niet ingekort. Ondanks de ongelukkige miscommunicatie, werd klagers recht op ongestoord bezoek aldus niet geschonden.
De klacht is niet gegrond.

2. De tuchtbeslissing van 10 mei 2024
Klager werd gesanctioneerd o.b.v. bovenstaande RAD voor de volgende tuchtinbreuken:
- de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee;
- de opzettelijke aantasting van de orde;
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen;
- het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort.

Klager werd o.m. gesanctioneerd wegens “opzettelijke aantasting van de fysische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”. Zoals de directie het terecht motiveert in haar tuchtbeslissing spreekt het voor zich dat fysieke agressie tussen gedetineerden niet kan worden getolereerd binnen de gevangenis.
Zoals klager opmerkt in zijn klacht werden alle bij het gevecht (en bijgevolg bij de opzettelijke aantasting van de orde) betrokken gedetineerden gesanctioneerd.

Lastens klager werd in de tuchtbeslissing van 10 mei 2024 eveneens het veroorzaken van “lawaaihinder”, en “het niet naleven van de door het H.H.R. voorgeschreven bepalingen” weerhouden.
Ook hiermee is klager niet aan zijn proefstuk toe.
Uit de weergave van de feiten (dewelke nauwkeurig / en in aanwezigheid van een getuige / in het RAD van 9 mei 2024 staan beschreven en die zich om 15u18 voordeden) blijkt dat klager over de lawaaioverlast door de Pba werd aangesproken, hetgeen niet mocht baten, en waarna klager nog meer begon te kloppen op de tralies en te stampen met zijn voet tegen de deur.
Klager heeft tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 10 mei 2024 het slaan op de tralies toegegeven, maar gekaderd in een frustratie (n.a.v. een miscommunicatie over de organisatie van ongestoord bezoek, eerder die dag).

Ter sanctionering van de weerhouden (en door de klager erkende) inbreuken heeft de directie bij de bepaling van de strafmaat begrip getoond voor de frustratie van de klager, en de sanctie, die op 8 mei 2024 (5 dagen ATV, nl. de sanctie met uitstel voor ordeverstoring ) werd opgelegd, effectief gemaakt.

De klachtencommissie meent dat de tuchtsanctie proportioneel is t.a.v. de feiten.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.

3. Het annuleren van klagers bezoek met zijn ouders
Klager schrijft in zijn klacht dat hij op moederdag ruim op voorhand een bezoek had ingepland met zijn ouders en dat deze aanvraag was goedgekeurd. Beambten komen hem die ochtend vertellen dat het bezoek niet meer kan doorgaan. Klager kan zijn ouders niet bellen doordat hij een tuchtsanctie (ATV) uitzit. Klager belt naar zijn vriendin om zijn ouders te kunnen verwittigen dat ze niet moeten komen. Een paar uur later komt de beambte terug om te zeggen dat er wel bezoek is. Zijn vriendin is op dat moment al op het werk en onbereikbaar, waardoor hij zijn ouders niet kan verwittigen.
De directie geeft toe dat er een fout is gebeurd. Hoewel volgens de directie het bezoek niet werd geannuleerd, had deze miscommunicatie wel als gevolg dat klagers bezoek met zijn ouders onterecht niet is kunnen doorgaan.
Klager heeft als beklaagde het recht op dagelijks bezoek. Het feit dat het bezoek die dag niet is doorgegaan door een fout, betekent dus dat het bezoek is geannuleerd en zijn recht op bezoek werd ingeperkt.
Om deze reden is de klacht gegrond.

4. De tuchtbeslissing van 15 mei 2024
De klacht moet worden ingediend uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen.
Uit klagers bewoordingen en het verweer van de directie, blijkt dat er nog geen tuchtbeslissing was uitgesproken op het moment van het indienen van de klacht.
Gelet op deze bepaling is een klacht die gericht is tegen een toekomstige beslissing niet-ontvankelijk.
De klacht is niet-ontvankelijk.