KC20/24-0085
Onontvankelijk
KC - Mechelen
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR
De klacht gaat over de betaling van het tv-abonnement in de gevangenis van Mechelen.
Hoewel de rekendienst deel uitmaakt van de penitentiaire inrichting en functioneert onder de verantwoordelijkheid van de directie , brengt klager zijn klacht niet in verband met een beslissing die door of namens de gevangenisdirecteur ten aanzien van hem werd genomen. Het is niet duidelijk of hij zijn klacht kenbaar heeft gemaakt aan de directie en of zij hiervan op de hoogte was. Voor de klachtencommissie blijkt dus niet dat er hierover al een beslissing door of namens de directeur is of een verzuim of weigering om een beslissing te nemen.
De klachtencommissie merkt bovendien op dat klager zich op 26 juli en 1 augustus 2024 beklaagt over een situatie die zich voordeed tijdens de eerste twee weken van zijn detentie, toen hij nog in een gemeenschappelijke verblijfsruimte verbleef. Klager bevond zich echter sinds 2 juli 2024 in een monocel (gelet op de bijzondere veiligheidsmaatregel, die werd behandeld in eerdere klachtendossiers zoals KC20/24-0056). De situatie waarover klager zich beklaagt, dateert dus van voor die datum. Gelet op de wettelijke termijn van zeven dagen voor het indienen van een klacht, werd de klacht laattijdig ingediend.
De klacht is om deze redenen niet-ontvankelijk.
De klacht gaat over de betaling van het tv-abonnement in de gevangenis van Mechelen.
Hoewel de rekendienst deel uitmaakt van de penitentiaire inrichting en functioneert onder de verantwoordelijkheid van de directie , brengt klager zijn klacht niet in verband met een beslissing die door of namens de gevangenisdirecteur ten aanzien van hem werd genomen. Het is niet duidelijk of hij zijn klacht kenbaar heeft gemaakt aan de directie en of zij hiervan op de hoogte was. Voor de klachtencommissie blijkt dus niet dat er hierover al een beslissing door of namens de directeur is of een verzuim of weigering om een beslissing te nemen.
De klachtencommissie merkt bovendien op dat klager zich op 26 juli en 1 augustus 2024 beklaagt over een situatie die zich voordeed tijdens de eerste twee weken van zijn detentie, toen hij nog in een gemeenschappelijke verblijfsruimte verbleef. Klager bevond zich echter sinds 2 juli 2024 in een monocel (gelet op de bijzondere veiligheidsmaatregel, die werd behandeld in eerdere klachtendossiers zoals KC20/24-0056). De situatie waarover klager zich beklaagt, dateert dus van voor die datum. Gelet op de wettelijke termijn van zeven dagen voor het indienen van een klacht, werd de klacht laattijdig ingediend.
De klacht is om deze redenen niet-ontvankelijk.