Ga verder naar de inhoud

KC20/24-0103

Ongegrond KC - Mechelen Klachtencommissie Tucht
TUCHT - CELCONTROLE - VERBODEN VOORWERPEN

De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.

Het dossier bevat twee rapporten aan de directeur (RAD). Het eerste RAD beschrijft hoe klager “op de uitkijk” stond aan het winket en zijn celgenoot waarschuwde zodra hij de beambte zag toekomen. Terwijl de beambte via het winket naar binnen keek, kon deze niet zien wat de celgenoot aan het doen was. Dit deed volgens het RAD vermoeden dat er mogelijks een gsm-toestel en/of verboden substantie op cel was. Het daaropvolgende RAD
beschrijft een celcontrole waarbij een zwarte iPhone werd gevonden. Naar aanleiding van dit RAD werd de tuchtprocedure opgestart.

Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting bevestigt klager dat de gsm van hem is. Met betrekking tot het rapport waaruit bleek tot hij op de uitkeek stond, stelt klager dat hij daar niets van af weet. Klager wordt gesanctioneerd voor de tuchtinbreuken “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken”, “het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of met een persoon vreemd aan de gevangenis” en “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.De klachtencommissie meent dat het niet onredelijk is voor de directie om op basis van de RAD’s en de bekentenissen van klager, de feiten bewezen te verklaren. De directie motiveert dit duidelijk in haar tuchtbeslissing.

Om deze redenen is de klacht niet gegrond.