TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Mechelen.
De directie heeft voldoende gemotiveerd en verduidelijkt in haar tuchtbeslissing welke bepaling van het huishoudelijk reglement door klager geschonden werd, met name: “5. De verkopen, ruilingen, leningen, schenkingen en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden zijn verboden, behoudens toelating van de directeur. De voorwerpen die zonder toelating van de directeur via verkoop, ruil, lening, schenking of een gelijkaardige handeling verkregen zijn, worden tegen ontvangstbewijs in bewaring genomen voor de gedetineerde die er eigenaar van is” (HHR, versie van 11/12/2017, p. 9).
De klachtencommissie meent dat de rol van klager duidelijk blijkt uit het RAD en dat klager geen argumenten opwerpt die aan de vaststellingen zouden doen twijfelen. Uit het RAD blijkt duidelijk dat klager bepaalde zaken aan medegedetineerden op de wandeling heeft uitgedeeld en doorgegeven. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen. Het RAD dat aan de basis ligt van de tuchtbeslissing, is duidelijk en werd nauwkeurig opgesteld.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 15 dagen individuele wandeling opleggen. Klager kreeg 7 dagen individuele wandeling wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Mechelen.
De directie heeft voldoende gemotiveerd en verduidelijkt in haar tuchtbeslissing welke bepaling van het huishoudelijk reglement door klager geschonden werd, met name: “5. De verkopen, ruilingen, leningen, schenkingen en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden zijn verboden, behoudens toelating van de directeur. De voorwerpen die zonder toelating van de directeur via verkoop, ruil, lening, schenking of een gelijkaardige handeling verkregen zijn, worden tegen ontvangstbewijs in bewaring genomen voor de gedetineerde die er eigenaar van is” (HHR, versie van 11/12/2017, p. 9).
De klachtencommissie meent dat de rol van klager duidelijk blijkt uit het RAD en dat klager geen argumenten opwerpt die aan de vaststellingen zouden doen twijfelen. Uit het RAD blijkt duidelijk dat klager bepaalde zaken aan medegedetineerden op de wandeling heeft uitgedeeld en doorgegeven. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen. Het RAD dat aan de basis ligt van de tuchtbeslissing, is duidelijk en werd nauwkeurig opgesteld.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 15 dagen individuele wandeling opleggen. Klager kreeg 7 dagen individuele wandeling wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.