Ga verder naar de inhoud

KC20/26-0004

Ongegrond KC - Mechelen Klachtencommissie Andere beslissing directeur
ARBEID

Hoewel klager in zijn klacht aangeeft dat hij klacht indient tegen het RAD van 08/01/2026, blijkt uit de toelichting bij de klacht en uit het verweer van de directie dat klager klacht indient tegen de verplaatsing van werkpost van 11/01/2026. Dit was een beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van klager werd genomen.

Uit de dossierstukken blijkt dat klager op 05/01/2026 verplaatst werd van werk door een ordemaatregel (zie ook KC20/26-0001) en aangesteld werd als poetser op de wandeling. Uit het RAD van 08/01/2026 blijkt dat klager geweigerd heeft om de wandeling te kuisen. Op 11/01/2026 werd klager opnieuw van werk verplaatst, als reserve kuiser toilet en PSD. Ook dit is een individuele tewerkstelling conform de eerder genomen ordemaatregel. Uit de aanvulling bij het RAD van 08/01/2026 blijkt dat klager ook geïnformeerd werd over het feit dat indien er plaats is voor een vaste tewerkstelling, hij wordt doorgeschoven voor meer werkuren.

De klachtencommissie stelt vast uit het verweer van de directie duidelijk blijkt dat de beslissing om klager op 11/01/2026 te verplaatsen van tewerkstelling, geen verband houdt met een werkweigering of een onwettige afwezigheid. Deze beslissing werd genomen omwille van de interne organisatie van werk en de verdeling van beschikbare werkposten. Uit het verweer blijkt eveneens dat de nieuwe werkpost van klager, namelijk als kuiser toilet en PSD, meer werkuren per week oplevert dan de oude werkpost: namelijk van negen uur per week naar tien uur per week.

Gelet op de discretionaire bevoegdheid van de directie om arbeid toe te wijzen aan gedetineerden en gelet op het feit dat uit de dossierstukken duidelijk blijkt dat klager geen enkele dag als diender op de wandeling heeft gewerkt tussen 05/01/2026 en 11/01/2026, is de klachtencommissie van oordeel dat deze beslissing niet onredelijk of onbillijk is. Klager was immers nog niet vertrouwd met zijn nieuwe tijdelijke tewerkstellingspost en had zich nog niet ingewerkt. Ook blijkt dat de tewerkstellingspost die op 11/01/2026 aan hem werd toegewezen, voor meer werkuren zorgt. Klager werd correct geïnformeerd over de verplaatsing van werkpost. De klachtencommissie is van oordeel dat het hier inderdaad niet om een repressieve beslissing gaat, maar om organisatorische maatregel.