TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID
De vraag of de tuchtrechtelijke inbreuk ook aan de gedetineerde kan worden toegerekend, vraagt bijzondere aandacht indien de pleger van de inbreuk een geïnterneerde is. Overeenkomstig de communicatie van DG EPI d.d. 26 april 2021 dient de motivering van de tuchtbeslissing expliciet melding te maken van de elementen waaruit volgens de directie blijkt dat de gepleegde feiten aan de betrokken geïnterneerde kunnen worden toegerekend. De motivering van de bestreden tuchtbeslissing vermeldt hier niets over. In die zin is de motivering dan ook niet in overeenstemming met de vereisten van artikel 8 (motiveringsplicht) j° artikel 144 §6, tweede lid van de Basiswet in samenhang gelezen met de instructie van DG EPI. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.
De vraag of de tuchtrechtelijke inbreuk ook aan de gedetineerde kan worden toegerekend, vraagt bijzondere aandacht indien de pleger van de inbreuk een geïnterneerde is. Overeenkomstig de communicatie van DG EPI d.d. 26 april 2021 dient de motivering van de tuchtbeslissing expliciet melding te maken van de elementen waaruit volgens de directie blijkt dat de gepleegde feiten aan de betrokken geïnterneerde kunnen worden toegerekend. De motivering van de bestreden tuchtbeslissing vermeldt hier niets over. In die zin is de motivering dan ook niet in overeenstemming met de vereisten van artikel 8 (motiveringsplicht) j° artikel 144 §6, tweede lid van de Basiswet in samenhang gelezen met de instructie van DG EPI. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.