Ga verder naar de inhoud

KC21/21-0084

Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - MOTIVERING - KWALIFICATIE INBREUK

De Klachtencommissie stelt vast dat de feiten waarvoor klager bestraft wordt onvoldoende gespecificeerd werden in de motivering van de tuchtbeslissing. Het is niet de bedoeling dat de motivering van een tuchtbeslissing slechts begrepen kan worden indien ze ‘samengelezen’ wordt met het RAD dat eraan ten grondslag ligt. De Klachtencommissie oordeelt dat de motivering van de tuchtbeslissing niet voldoet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet. De klacht is gegrond.
De Klachtencommissie stelt ter zitting echter vast dat klager zich niet verzet tegen het gedeelte van de tuchtbeslissing dat betrekking heeft op de joint. Voor wat betreft die feiten kan de inbreuk van het bezit van door of krachtens de wet verboden substanties weerhouden worden en kan de tuchtbeslissing overeind blijven, mits aanpassing van de motivering (i.e. voldoende overname van de materiële vaststellingen uit het RAD in de motivering). De tuchtbeslissing wordt gedeeltelijk vernietigd.
Inzake de onbekende substantie, die volgens klager baking soda betreft, blijft er volgens de Klachtencommissie teveel onduidelijkheid bestaan. Deze feiten kunnen dan ook niet zonder meer aangemerkt worden als het bezit van door of krachtens de wet verboden substanties. Voor wat betreft deze materiële vaststellingen uit het RAD kan de tuchtbeslissing niet overeind blijven.
De Klachtencommissie acht de opgelegde tuchtsanctie van 15 dagen ATV ook redelijk indien ze enkel wordt opgelegd voor de inbreuk met betrekking tot de joint. De tuchtbeslissing kan voor wat betreft de opgelegde en reeds uitgevoerde tuchtsanctie dan ook overeind blijven.