KC21/22-0056
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TELEFONIE - BIJSTAND ADVOCAAT
Het huishoudelijk reglement delegeert het verlenen van de toelating om naar de advocaat te mogen telefoneren aan de penitentiaire beambte. Er is sprake van een beslissing namens de directeur in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is ontvankelijk. Met betrekking tot de grond van de klacht herhaalt de klachtencommissie haar standpunt zoals reeds uiteengezet in dossier KC21/22-0042 én KC21/22-0047 ten aanzien van klager. Het huishoudelijk reglement voorziet géén andere uitzonderingen inzake het contact met de advocaat dan dat dit moet plaatsvinden tussen 08.00u en 20.30u. De klacht is gegrond. De beslissing wordt vernietigd.
De (volgens klager laattijdige) teruggave van kopies of de reactiesnelheid van de Rekendienst betreft géén geïndividualiseerde beslissing van de directeur ten aanzien van klager. Er kwam geen beslissing van de directeur tussen, noch zou dit het geval moeten zijn, zodat er ook geen sprake is van een verzuim om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148 tweede lid Basiswet. Het loutere feit dat klager zich over de werking van de gevangenisdiensten beklaagt in een schrijven aan de directie, doet hieraan geen afbreuk. De klachten zijn niet-ontvankelijk.
Het huishoudelijk reglement delegeert het verlenen van de toelating om naar de advocaat te mogen telefoneren aan de penitentiaire beambte. Er is sprake van een beslissing namens de directeur in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is ontvankelijk. Met betrekking tot de grond van de klacht herhaalt de klachtencommissie haar standpunt zoals reeds uiteengezet in dossier KC21/22-0042 én KC21/22-0047 ten aanzien van klager. Het huishoudelijk reglement voorziet géén andere uitzonderingen inzake het contact met de advocaat dan dat dit moet plaatsvinden tussen 08.00u en 20.30u. De klacht is gegrond. De beslissing wordt vernietigd.
De (volgens klager laattijdige) teruggave van kopies of de reactiesnelheid van de Rekendienst betreft géén geïndividualiseerde beslissing van de directeur ten aanzien van klager. Er kwam geen beslissing van de directeur tussen, noch zou dit het geval moeten zijn, zodat er ook geen sprake is van een verzuim om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148 tweede lid Basiswet. Het loutere feit dat klager zich over de werking van de gevangenisdiensten beklaagt in een schrijven aan de directie, doet hieraan geen afbreuk. De klachten zijn niet-ontvankelijk.