Ga verder naar de inhoud

KC21/22-0073

Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GETUIGEN - MOTIVERING

In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD van 1 september 2022 en de verduidelijkingen hierover van klager en een getuige ter tuchtzitting van 2 september 2022. Deze getuige werd conform artikel 144 §5, vijfde lid Basiswet in het bijzijn van klager gehoord. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in alle redelijkheid kon oordelen dat de gebeurtenissen omschreven in het (zeer gedetailleerde) RAD gekwalificeerd konden worden als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht de volgende formuleringen in de motivering echter onnauwkeurig nu deze formuleringen onvoldoende steun vinden in het verslag van de tuchtzitting.
- “Hij geeft wel toe dat hij de bevelen van de PBA genegeerd heeft.” De klachtencommissie haalt dit niet zodanig expliciet uit het verslag van de tuchtzitting. Dit valt enkel impliciet af te leiden uit de verschillende verklaringen die klager geeft waarom zijn hand zich op de plaats bevond zoals omschreven in het RAD. Deze formulering is dan ook onvoldoende genuanceerd.
- “De getuige vertelt dat betrokkene steevast weigerde zijn handen naar voren te brengen en te laten zien.” De klachtencommissie leest dit niet in het verslag van de tuchtzitting. Dit wordt enkel beschreven in het RAD. De formulering “De directeur beslist om een getuige op te roepen. De getuige vertelt (…)” doet nochtans uitschijnen dat de getuige (opsteller van het RAD) dit ter tuchtzitting ook mondeling herhaalde.
De motivering die vereist wordt door artikel 8 Basiswet is volgens de klachtencommissie dan ook gebrekkig op deze twee punten. De klacht is gegrond.

Het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (artikel 130, 3° Basiswet) is een inbreuk van de tweede categorie. In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van 15 dagen opgelegd worden (artikel 132, 3° Basiswet). In het voorliggend dossier kreeg klager 15 dagen ATV opgelegd. Het opleggen van deze sanctie werd conform artikel 144 §7 Basiswet gemotiveerd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk.

De bestreden beslissing wordt vernietigd. De directeur moet een nieuwe beslissing nemen binnen de 7 dagen volgend op de betekening van de beslissing, rekening houdend met deze uitspraak.