TUCHT - TAAL - KWALIFICATIE FEITEN - MOTIVERING
De klachtencommissie stelde ter zitting vast dat klager inderdaad voldoende Nederlands begrijpt en spreekt, waardoor de bijstand van een tolk tijdens de tuchtprocedure niet noodzakelijk was teneinde zijn rechten van verdediging uit te oefenen. Volgens de klachtencommissie is er in het voorliggend dossier op dit punt dan ook geen sprake van enige schending van de Basiswet of de rechten van verdediging.
Ondanks de vermelding van een foute datum van het RAD op de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure was er geen sprake van enige onduidelijkheid in hoofde van klager betrekking tot de feiten waarvoor hij ter tuchtzitting opgeroepen werd. Hij heeft er zich immers voldoende tegen verweerd op de tuchtzitting. Deze materiële vergissing dan ook niet van die aard is om te spreken van een schending van de rechten van verdediging noch dat dit aanleiding zou moeten geven tot de nietigheid van de tuchtbeslissing.
De directeur baseerde zich op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 25 september 2022. Klager voerde in zijn klacht aan dat het RAD niet klopt. Hij zette in zijn klacht echter géén bijkomende tegenindicaties uiteen die het RAD tegenspreken dan deze die hij ook ter tuchtzitting aanhaalde. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de argumenten van klager heeft overgenomen in de motivering van de tuchtbeslissing. Volgens de klachtencommissie heeft de directie de argumenten van klager voldoende beluisterd en naar waarde beoordeeld. Deze beoordeling werd ook opgenomen in de tuchtbeslissing.
De klachtencommissie stelt vast dat klager ter zitting erkent dat er sprake was van een fysieke interactie met een medegedetineerde. In zijn ogen was dit echter geen gevecht. Op basis van de uitspraken van klager en de medegedetineerde besluit de klachtencommissie dat de directie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten is gegaan door de fysieke interactie tussen klager en de medegedetineerde te kwalificeren als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet) en deze inbreuk aan klager toe te rekenen. De motivering van de inbreuk voldoet aan de vereisten van artikel 8 Basiswet. De klachtencommissie acht de sanctie van 5 dagen ATV wettelijk en gelet op de aard van de inbreuk, redelijk. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie stelde ter zitting vast dat klager inderdaad voldoende Nederlands begrijpt en spreekt, waardoor de bijstand van een tolk tijdens de tuchtprocedure niet noodzakelijk was teneinde zijn rechten van verdediging uit te oefenen. Volgens de klachtencommissie is er in het voorliggend dossier op dit punt dan ook geen sprake van enige schending van de Basiswet of de rechten van verdediging.
Ondanks de vermelding van een foute datum van het RAD op de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure was er geen sprake van enige onduidelijkheid in hoofde van klager betrekking tot de feiten waarvoor hij ter tuchtzitting opgeroepen werd. Hij heeft er zich immers voldoende tegen verweerd op de tuchtzitting. Deze materiële vergissing dan ook niet van die aard is om te spreken van een schending van de rechten van verdediging noch dat dit aanleiding zou moeten geven tot de nietigheid van de tuchtbeslissing.
De directeur baseerde zich op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 25 september 2022. Klager voerde in zijn klacht aan dat het RAD niet klopt. Hij zette in zijn klacht echter géén bijkomende tegenindicaties uiteen die het RAD tegenspreken dan deze die hij ook ter tuchtzitting aanhaalde. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de argumenten van klager heeft overgenomen in de motivering van de tuchtbeslissing. Volgens de klachtencommissie heeft de directie de argumenten van klager voldoende beluisterd en naar waarde beoordeeld. Deze beoordeling werd ook opgenomen in de tuchtbeslissing.
De klachtencommissie stelt vast dat klager ter zitting erkent dat er sprake was van een fysieke interactie met een medegedetineerde. In zijn ogen was dit echter geen gevecht. Op basis van de uitspraken van klager en de medegedetineerde besluit de klachtencommissie dat de directie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten is gegaan door de fysieke interactie tussen klager en de medegedetineerde te kwalificeren als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet) en deze inbreuk aan klager toe te rekenen. De motivering van de inbreuk voldoet aan de vereisten van artikel 8 Basiswet. De klachtencommissie acht de sanctie van 5 dagen ATV wettelijk en gelet op de aard van de inbreuk, redelijk. De klacht is ongegrond.